Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/53:53 Specifieke bepalingen
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/53
53 Specifieke bepalingen
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 06-06-2025
- Datum
06-06-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD13978:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De specifiek voor pandrechten geldende bepalingen zijn opgenomen in afdeling 9.2 van Boek 3 BW (Pandrecht). Deze bepalingen prevaleren boven de algemene bepalingen in Boek 3 BW voor zover zij van die algemene bepalingen afwijken. Afdeling 3.9.2 bevat bepalingen die gelijkelijk gelden voor pandrechten op alle objecten die het voorwerp van een pandrecht kunnen zijn, zoals de bepaling over herverpanding van het verpande goed door de pandhouder (art. 3:242 BW). Afdeling 3.9.2 bevat tevens bepalingen die uitsluitend van toepassing zijn op pandrechten op specifieke objecten, zoals de verplichting van de houder van een pandrecht op een roerende zaak om voor de zaak als een goed pandhouder zorg te dragen (art. 3:243 lid 1 BW). Afdeling 3.9.2 bevat enkele bepalingen die specifiek gelden voor pandrechten op vorderingen op naam, zoals art. 3:239 (stil pandrecht) en art. 3:246 BW (inningsbevoegdheid).
De voor pandrechten in Titel 9 van Boek 3 BW opgenomen bepalingen blijven buiten toepassing voor zover elders in de wet daarvan afwijkende bijzondere bepalingen zijn opgenomen. Voorbeelden van dergelijke afwijkende bepalingen zijn te vinden in hoofdstuk IV, afdeling 4 van de Wet op het consumentenkrediet en in de titel Financiëlezekerheidsovereenkomsten in Boek 7 BW.