Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/18
18
C. Spierings, datum 16-02-2026
- Datum
16-02-2026
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:BSD46369:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 37 (Algemene bepalingen).
Zie S.N. van Opstall: ‘Wat is een verbintenis?’, WPNR 5234-5236 (1973) en ‘Niet iedere rechtsplicht is een verbintenis’, WPNR 5327 (1975). Ook J. Eggens, ‘De bronnen van verbintenis’, WPNR 4158-4160 (1950) en J. Hage, ‘Rechtsplichten, verbintenissen en schadevergoeding bij rechtmatige daad’, NTBR 2006/39.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/8.
Asser/Hijma 7-I* 2013/588; Krans in De Jong e.a. 2014, nr. 11.
Een wettelijke uitzondering daarop is de principiële herroepelijkheid van een aanbod, zoals bepaald in art. 6:219 BW.
Verbintenissen moeten worden onderscheiden van rechtsplichten. Alle verbintenissen zijn rechtsplichten, maar niet alle rechtsplichten zijn verbintenissen.1 In de literatuur zijn verschillende pogingen gedaan om tot een bevredigende afbakening van deze begrippen te komen.2 Een rechtsplicht is een juridische, en dus niet louter sociale of morele verplichting om iets te doen of na te laten. Schending van een dergelijke plicht heeft dan ook juridische consequenties. Rechtsplichten die geen verbintenissen zijn, worden aangeduid als algemene rechtsplichten. Deze onderscheiden zich van verbintenissen, doordat zij geen rechtsbetrekking tussen personen vestigen.3 Een voorbeeld van een algemene rechtsplicht is de verplichting om de zorgvuldigheid te betrachten die in het maatschappelijke verkeer betaamt. Bij schending van een rechtsplicht kan een beroep op de onrechtmatige daad worden gedaan. Rechtsplichten van een partij bij een verbintenis, die niet zelf ook verbintenissen zijn, worden Obliegenheiten genoemd. De niet-inachtneming ervan verschaft geen rechten aan de andere partij, maar beïnvloedt wel de eigen rechtspositie van degene op wie de Obliegenheit rust. Een voorbeeld van een Obliegenheit is de onderzoeks- en klachtplicht van art. 6:89 of art. 7:23 BW.4
In de literatuur wordt gesproken over ‘gebondenheid’ aan rechtshandelingen of overeenkomsten. Hiermee wordt gedoeld op het adagium pacta sunt servanda, waaruit voortvloeit dat overeenkomsten bindend zijn en dat de daarin beloofde prestaties moeten worden verricht. Ook het begrip ‘gebondenheid’ ziet dus op het scheppen van verbintenissen. Het zou echter ook kunnen zien op het feit dat degene die een rechtshandeling heeft verricht, de rechtsgevolgen niet meer eenzijdig ongedaan kan maken. Dit zie ik echter als een kwestie van onherroepelijkheid. De meeste eenzijdige rechtshandelingen die geldig zijn verricht, kunnen daarna niet meer worden herroepen,5 en de rechtsgevolgen zijn dus definitief ingetreden.