Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/A.1.2:A.1.2 Optie voor belastingheffing financiële diensten in concernsituaties (par. 9.3.3)
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/A.1.2
A.1.2 Optie voor belastingheffing financiële diensten in concernsituaties (par. 9.3.3)
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500336:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een optie voor belastingheffing van financiële diensten in concernsituaties kan worden geïntroduceerd middels een nieuw zesde lid van artikel 11Wet OB 1968:
Artikel 11
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden zijn van de belasting vrijgesteld:
(…)
i. de volgende leveringen en diensten:
1°. de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deviezen, bankbiljetten en munten, welke in enig land de hoedanigheid van wettig betaalmiddel bezitten, met uitzondering van bankbiljetten en munten, welke gewoonlijk niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of welke een verzamelwaarde hebben;
2°. de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen doch uitgezonderd bewaring en beheer, inzake effecten en andere waardepapieren met uitzondering van documenten welke goederen vertegenwoordigen;
3°. het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens;
j. de volgende diensten:
1°. het verlenen van en de bemiddeling inzake krediet;
2°. de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende giro- en rekeningcourantverkeer, deposito’s, betalingen, overmakingen, schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren, met uitzondering van de invordering van schuldvorderingen;
3°. het aangaan van en het bemiddelen bij borgtochten en andere zekerheids- en garantieverbintenissen;
(…)
6. Ter zake van een dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen i en j, kan worden afgezien van de vrijstelling van belasting indien:
a. de ondernemer die de dienst verricht gezamenlijk met de afnemer behoort tot een groep, waarbinnen sprake is van overheersende zeggenschap die zich uitstrekt tot de financiering van de onderscheiden juridisch zelfstandige onderdelen van die groep;
b. de ondernemer die de dienst verricht heeft ter zake van zijn andere leveringen en diensten, indien van toepassing en niet van onbetekenende omvang, overeenkomstig het in en krachtens artikel 15, lid 6, bepaalde ten minste 70% recht op aftrek van voorbelasting; en
c. de ondernemer die de dienst verricht en de afnemer hebben blijkens een schriftelijke overeenkomst gekozen af te zien van de vrijstelling van belasting, of hebben gezamenlijk een verzoek daartoe aan de inspecteur gedaan, en voldoen overigens aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
Een alternatief is de optiemogelijkheid in onderdelen i en j van het eerste lid opnemen, op een vergelijkbare manier als dat voor de levering en verhuur van onroerend goed is gedaan in onderdeel a respectievelijk b van dat lid. Dat wordt echter minder overzichtelijk. Onderdelen a en b van het door mij voorgestelde zesde lid kunnen eventueel worden weggelaten voor een algemene optie voor belastingheffing. De details van de optiemogelijkheid kunnen worden uitgewerkt in de Uitvoeringsbeschikking OB 1968, op een vergelijkbare wijze als dat voor de optie voor belastingheffing bij de levering en de verhuur van onroerend goed is gedaan.