Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.3.3:II.6.3.3 Jaarrekeningenrecht
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.3.3
II.6.3.3 Jaarrekeningenrecht
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499085:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J. Backhuis e.a., IFRS Leerboek, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, onderdeel 5.2.1.
J. Backhuis e.a., IFRS Leerboek, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, onderdeel 5.5.1.
J. Backhuis e.a., IFRS Leerboek, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, onderdeel 5.5.4.
J. Backhuis e.a., IFRS Leerboek, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, onderdeel 5.5.3.
J. Backhuis e.a., IFRS Leerboek, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, onderdeel 4.6.3. en 4.6.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 4.3.3 is besproken dat niet de juridische vormgeving maar de economische realiteit bepalend is bij het onderscheid tussen eigen vermogen en vreemd vermogen in het jaarrekeningenrecht volgens IFRS. Vreemd vermogen betreft bestaande verplichtingen die zijn ontstaan door gebeurtenissen in het verleden en die naar verwachting resulteren in een uitstroom van middelen. Daaronder zijn mede voorzieningen te verstaan.1 Kenmerkend voor schulden is dat de debiteur een verplichting (present obligation) heeft.2 Naast onderscheiding van langlopende en kortlopende schulden, moet op grond van artikel 2:375, lid 1, BW en onderdeel 54 van IAS 1 in de balans een uitsplitsing van soorten schulden plaatsvinden. Uit de tekst van artikel 2:375, lid 1, BW valt af te leiden dat het, onder meer, gaat om obligatieleningen, schulden aan kredietinstellingen, ontvangen vooruitbetalingen, schulden aan leveranciers en handelskredieten en schulden aan rechtspersonen en vennootschappen waarmee de rechtspersoon is gelieerd. Verstrekte zekerheden moeten soms ook apart worden vermeld.3 Op grond van diverse IFRS kan de verplichting bestaan nadere informatie te verschaffen over schulden.4 Rente wordt in de winst- en verliesrekening als kosten verantwoord.
Bij leaseovereenkomsten die onder IFRS als financiële lease kwalificeren, wordt in de jaarrekening ook rente onderkend. In onderdeel 4 van IAS 17 is financiële lease voor IFRS als volgt gedefinieerd:
‘A lease is an agreement whereby the lessor conveys to the lessee in return for a payment or series of payments the right to use an asset for an agreed period of time.
A finance lease is a lease that transfers substantially all the risks and rewards incidental to ownership of an asset. Title may or may not eventually be transferred.
An operating lease is a lease other than a finance lease.
(…)’
Hieruit volgt dat financiële lease zich van operationele lease onderscheidt door een overdracht van vrijwel alle aan de eigendom verbonden risico’s en voordelen. Als een lease een financiële lease is, dan activeert de lessee het geleasete activum tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen op zijn balans. De lessor neemt bij aanvang van de lease een verkoop van het activum in aanmerking en onderkent tegelijkertijd een lening aan de lessee.5 Een financiële lease wordt dus in wezen verwerkt als een overdracht van het geleasete activum aan de lessee, waarbij de lessee in termijnen betaalt met vergoeding van rente. De onderscheiding van leaseovereenkomsten uit IAS 17 heeft mogelijk ook betekenis voor de heffing van omzetbelasting. Zie daarover nader paragraaf 6.4.4.4 hierna.