Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.2:6.2 Rechtsnormen
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.2
6.2 Rechtsnormen
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419394:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Nederlandse implementatie van artikel 9 Btw-richtlijn is opgenomen in artikel 7 Wet OB 1968. Hoewel de bewoordingen van het artikel afwijken van de richtlijnbepaling, ga ik er in dit verband vanuit dat de wetsbepaling geen andere inhoud heeft dan de richtlijnbepaling. Het begrip ‘ondernemer’ uit de Wet OB 1968 dient niet anders te worden uitgelegd dan ‘belastingplichtige’ uit artikel 9 Btw-richtlijn. HR 2 mei 1984, nr. 22 153, BNB 1984/295.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een aantal rechtsnormen in de Btw-richtlijn speelt een rol in de analyse van de relatie tussen de heffing van btw en de overgang van een onderneming door overdracht van aandelen. Dit zijn de normen die in dit hoofdstuk centraal staan en naar positief en wenselijk recht worden ingekleurd.
Op basis van artikel 9 lid 1 Btw-richtlijn wordt als belastingplichtige aangemerkt eenieder die, op ongeacht welke plaats zelfstandig een economische activiteit verricht, ongeacht het oogmerk of resultaat hiervan. De tweede volzin van het artikel bepaalt dat onder economische activiteit dient te worden verstaan, alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmee gelijkgestelde beroepen. Als economische activiteit wordt in het bijzonder beschouwd de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen.1
Artikel 19 Btw-richtlijn bepaalt dat in het geval van de overgang van een algemeenheid van goederen, al dan niet tegen vergoeding of in de vorm van een inbreng in een vennootschap, wordt geacht dat geen leveringen of diensten plaatsvinden en dat de verkrijger in de plaats treedt van de overdrager.
Artikel 29 Btw-richtlijn bepaalt dat hetgeen in artikel 19 wordt bepaald van overeenkomstige toepassing is op diensten.
Artikel 135 lid 1 onderdeel f Btw-richtlijn bepaalt dat handelingen inzake aandelen, deelnemingen in vennootschappen of verenigingen, obligaties en andere waardepapieren zijn vrijgesteld van btw.
Artikel 168 Btw-richtlijn bepaalt dat een belastingplichtige recht heeft op aftrek van voorbelasting voor zover de ingekochte goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen.