Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/274:274 Na mededeling van het pandrecht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/274
274 Na mededeling van het pandrecht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 14-01-2026
- Datum
14-01-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD41642:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Faber 2005, nr. 58, 59 en 266.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met Faber meen ik dat een schuldenaar zonder de in art. 6:130 BW getroffen voorziening niet meer bevoegd zou zijn om zich op verrekening van zijn tegenvordering op de pandgever te beroepen nadat aan hem mededeling van de verpanding van zijn schuld aan de pandgever is gedaan. Alsdan is niet meer voldaan aan het voor verrekening in art. 6:127 lid 2 BW gestelde vereiste dat degene die zich op verrekening beroept, bevoegd is tot betaling van zijn schuld aan zijn schuldeiser. Met ‘bevoegd zijn tot betaling van de schuld’ is ‘bevoegd zijn tot bevrijdende betaling van de schuld aan de schuldeiser’ bedoeld; na openbare verpanding van een vordering is de eigenaar van de vordering weliswaar nog steeds de schuldeiser daarvan, maar de schuldenaar kan niet langer bevrijdend betalen aan de schuldeiser. Als gevolg hiervan zou de debiteur van een openbaar verpande vordering zonder het bepaalde in art. 6:130 lid 1 en 2 BW onbevoegd zijn om enige schuld aan de pandgever te verrekenen met de verpande vordering.1
Evenals bij cessie het geval is, breidt art. 6:130 BW de verrekeningsmogelijkheden van de debiteur van een openbaar verpande vordering uit ten opzichte van de situatie die zonder een wettelijke voorziening zou bestaan.