Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/92
92 Art. 3:84 lid 3 BW: twee zelfstandige normen
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD18559:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Meijers 1936, p. 266-284.
HR 25 januari 1929, NJ 1929, p. 616 e.v. m.nt. PS, W 11951 m.nt. SB (Bierbrouwerij-arrest) en HR 21 juni 1929, NJ 1929, p. 1096 e.v., W 12010 m.nt. SB (Hakkers/Van Tilburg).
Meijers 1936, p. 266-267.
Meijers 1948, p. 285-286.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 316.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 319.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 319.
Idem Kortmann 1994a, p. 20 en Heyman 1994, p. 5.
Vgl. Parl. Gesch. Boek 3, p. 318-319. In dezelfde zin Heyman 1994, p. 5-6 en Kortmann 1994a.
Idem Heyman 1994, p. 6.
E.M. Meijers, de architect van ons Burgerlijk Wetboek, had een afkeer van de eigendomsoverdracht tot zekerheid.1 De arresten waarin de Hoge Raad de eigendomsoverdracht tot zekerheid uitdrukkelijk erkende2 konden hem niet vermurwen.3 Meijers zag geen enkele behoefte van de financieringspraktijk waarin niet door een pandrecht, maar wel door een eigendomsoverdracht tot zekerheid kon worden voorzien. Meijers was dan ook van mening dat een goede regeling van het pandrecht tot een verbod op iedere overdracht met als doel verschaffing van zekerheid op het over te dragen goed aan de verkrijger diende te leiden.4 Dit is zowel in zijn ontwerp van de tekst van lid 3 van art. 3:84 BW5 als in de uiteindelijke tekst tot uitdrukking gebracht.
Naast een verbod op iedere overdracht die als doel heeft verschaffing van zekerheid op het over te dragen goed aan de verkrijger, beoogden Meijers en de wetgever6 uitsluiting van iedere (andere) niet in de wet geregelde splitsing van de goederenrechtelijke rechten op één goed over meerdere rechtssubjecten te voorkomen. Art. 3:84 lid 3 BW bevat om die reden twee normen, twee zelfstandige gronden van ongeldigheid van een titel van overdracht. Ongeldig is een overdrachtstitel die één van de volgende twee kenmerken heeft:
de titel heeft ten doel een goed over te dragen tot zekerheid; of
de titel mist de strekking het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen.
Met de tweede norm bedoelde de wetgever een goederenrechtelijke splitsing van de rechten op een goed waarin de wet niet voorziet te voorkomen. De wetgever wilde tot uitdrukking brengen dat een dergelijke buitenwettelijke splitsing van goederenrechtelijke bevoegdheden over meerdere subjecten door het recht niet wordt erkend. Het in het leven roepen van goederenrechtelijke rechten die de wet niet kent, beoogde de wetgever op deze wijze voorkomen.7
Deze norm is een bevestiging van het min of meer gesloten systeem van het goederenrecht, dat ook reeds uit het stelsel van de wet en uit art. 3:81 lid 1 BW volgt.8 Deze bepaling leidt niet tot problemen, omdat het niet voor de hand ligt dat een rechtshandeling die (tevens) een titel van overdracht is en waarbij aan de vervreemder een bepaald recht, zoals een gebruiksrecht, wordt toegekend zo uit te leggen dat partijen beogen een goederenrechtelijk recht in het leven te roepen dat de wet niet kent. Aan het in het leven roepen van verbintenisrechtelijke rechten staat deze norm niet in de weg.9
De norm staat evenmin in de weg aan een overdracht onder een opschortende of ontbindende voorwaarde, nu ook een overdracht onder voorwaarde door de wet wordt erkend.10 Het verbod op rechtshandelingen die een verdeling van goederenrechtelijke rechten beogen die de wet niet kent, vormt derhalve geen belemmering voor een overdracht die tot doel heeft zekerheid aan de verkrijger te verschaffen.11