Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/362:362 Exclusieve bevoegdheid van de pandgever
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/362
362 Exclusieve bevoegdheid van de pandgever
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD104860:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook het doen van een beroep op een boetebeding is een recht dat exclusief aan de pandgever toekomt.1 Het is een recht dat de pandgever heeft als partij bij de overeenkomst en niet, of althans niet uitsluitend, als crediteur van de uit de overeenkomst voortvloeiende vordering. Om die reden komt het niet toe aan de pandhouder. Omdat het doen van een beroep op een boetebeding voor de pandgever verdergaande gevolgen heeft dan voor zijn recht als crediteur van de verpande vordering, is het ook niet wenselijk dat de pandhouder een beroep op een boetebeding zou kunnen doen.
De vordering uit hoofde van een boetebeding strekt tot vergoeding van de schade van de pandgever. De pandhouder die een pandrecht had op de vordering die door de vordering tot betaling van een boete is gesubstitueerd, heeft een substitutiepandrecht op de boetevordering.2