Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/17:17 Terminologie c.a.
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/17
17 Terminologie c.a.
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD12867:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kortmann 1973, in het bijzonder p. 432-435.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de praktijk zijn vorderingen op naam waarop een pandrecht wordt gevestigd vaak geldvorderingen. Ook andersoortige vorderingen kunnen worden verpand, zoals een vordering tot levering van een goed. In de tekst van dit boek is, omwille van de leesbaarheid, niet steeds expliciet aangegeven of het geschrevene (uitsluitend) betrekking heeft op geldvorderingen of (tevens) op andersoortige vorderingen, in het vertrouwen dat dit uit de context van het geschrevene blijkt.
Volgens de terminologie van het Burgerlijk Wetboek is men geen eigenaar van een vordering maar rechthebbende; eigenaar kan men uitsluitend van zaken zijn en niet van andere goederen. Voor het meest omvattende recht dat iemand op een vordering kan hebben, hanteer ik hier en daar toch onbekommerd de term eigendom omdat ik rechthebbendheid te lelijk vind. Daar is mijns inziens geen bezwaar tegen, omdat het recht van de rechthebbende op een vordering alle kenmerken van een eigendomsrecht heeft. Dat hij zijn bevoegdheid uit dat recht slechts jegens de debiteur van de vordering kan laten gelden doet daar niets aan af. Dienovereenkomstig wordt de rechthebbende van een vordering in dit boek soms eigenaar genoemd.1
Een vordering op naam is omwille van de leesbaarheid ook wel aangeduid als vorderingsrecht of vordering zonder daarmee betekenisverschil te beogen.
Tenzij expliciet anders is vermeld, geldt dat de schuldenaar en de pandgever dezelfde persoon zijn. Aan ‘derdenpand’, een pandrecht dat is gevestigd tot zekerheid van een vordering op een ander dan de pandgever, is geen afzonderlijke aandacht besteed.
Waar aandacht is besteed aan de gevolgen van faillietverklaring, is niet tevens aandacht besteed aan de gevolgen van (voorlopige) verlening van surseance van betaling of het van toepassing worden van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hieruit mag niet worden afgeleid dat deze gevolgen steeds hetzelfde zijn.
De tekst is medio augustus 2007 afgesloten. Nadien verschenen literatuur en rechtspraak zijn niet meer verwerkt.