Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/249
249 Algemene opmerkingen
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD32572:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de regeling zoals die thans luidt art. 63a-63e voor het faillissement, art. 241a-241e voor de surseance van betaling en 309-309a voor de schuldsanering natuurlijke personen.
Als gevolg van het gedeeltelijk van kracht worden van de wet tot wijziging van de Faillissementswet in verband met het bevorderen van de effectiviteit van surseance van betaling en faillissement, Stb. 2004, 615.
Zie Kamerstukken II 1999/00, 27 244, nr. A, p. 13.
Zie Kortmann en Faber 1995, p. 203-204 en Kamerstukken II 1999/00, 27 244, nr. 3, randnummer 43.
Vgl. Kortmann 1994b, p. 151, Kortmann en Faber 1996, p. 130, Kortmann, Faber en Van Hees 1998, p. 1267 en Verdaas 2003a, p. 83.
Zie Kamerstukken II 1999/00, 27 244, nr. 3, randnummers 44 en 65.
Op 1 januari 1992 is in de Faillissementswet de mogelijkheid tot het instellen van een afkoelingsperiode geïntroduceerd.1 De wettelijke regeling van de afkoelingsperiode is gewijzigd op 15 januari 20052 en op 20 januari 2006.3 Kern van de regeling is de bevoegdheid van de rechter-commissaris, casu quo de rechter die de faillietverklaring uitspreekt, om te bepalen dat de bevoegdheid van derden tot verhaal of opeising van goederen die tot te boedel behoren of zich in de macht van de gefailleerde of de curator bevinden niet dan met zijn machtiging kan worden uitgeoefend. De afkoelingsperiode duurt ten hoogste twee maanden, met de mogelijkheid van verlenging met ten hoogste twee maanden.4 De afkoelingsperiode geldt niet voor boedelschuldeisers.5 De afkoelingsperiode is bedoeld om de curator de tijd te gunnen om zich een oordeel te vormen over de vraag welke goederen in de boedel vallen en zijn beleid ten aanzien van de boedel te bepalen, bijvoorbeeld in verband met de mogelijke voortzetting of verkoop van de onderneming van de gefailleerde.6
Van de regeling van de afkoelingsperiode zoals die op 1 januari 1992 is ingevoerd, was niet duidelijk of deze uitsluitend betrekking had op zaken, of mede betrekking had op vorderingen.7 Uit het op 15 januari 2005 ingevoerde art. 63b Fw en de wetsgeschiedenis van de thans geldende regeling blijkt dat deze regeling tevens van toepassing is op vorderingen.8