Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/44:44 De uitgangspunten
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/44
44 De uitgangspunten
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD13598:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De conclusie van dit hoofdstuk is dat ten aanzien van (stil) pandrecht op vorderingen op naam de volgende vier uitgangspunten gelden.
De (stille) verpanding van vorderingen dient op ruime schaal, op eenvoudige wijze en tegen geringe kosten mogelijk te zijn.
In beginsel mag de juridische positie van een debiteur van een vordering door de vestiging van een pandrecht op die vordering of door het inningsbevoegd worden van de pandhouder niet noemenswaardig verslechteren.
Een met de inning van een verpande vordering samenhangend recht kan met uitsluiting van de stil pandhouder worden uitgeoefend door de pandgever. Een dergelijk recht kan met uitsluiting van de pandgever worden uitgeoefend door de hoogst gerangschikte openbaar pandhouder tenzij (i) de uitoefening van het recht geen beheersdaad is, (ii) de uitoefening van het recht niet uitsluitend betrekking heeft op de verpande vordering of (iii) het een persoonlijk recht van de pandgever betreft. Bestaat daartegen geen bezwaar, dan blijft ook de pandgever bevoegd tot de uitoefening van dat recht.
De regeling van het pandrecht op vorderingen op naam moet zo goed mogelijk worden ingepast in het rechtssysteem waarbij de samenhang met de cessie van en met het beslag op vorderingen bijzondere aandacht verdient.