Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/78:78 Beschikken na overdracht onder voorwaarde?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/78
78 Beschikken na overdracht onder voorwaarde?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD15917:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Faber 1997, p. 215-216, Van Hees 1997, p. 101-103, Rank-Berenschot 1992, p. 228-230, Zwitser 1993, p. 524-530, Van Swaaij 2000, p. 190-191, Asser/Mijnssen/De Haan/Van Dam 3-I 2006, nr. 223, Snijders/Rank-Berenschot 2007, nr. 411 en Scheltema 2003, par. III.4.1-4.2 en III.5.3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veel auteurs staan op het standpunt dat de cedent die een vordering heeft overgedragen onder de ontbindende voorwaarde van betaling van zijn schuld aan de cessionaris, rechthebbende is van de vordering onder de opschortende voorwaarde van betaling van die schuld. Tot zijn vermogen behoort niet alleen de verwachting dat hij (wederom) eigenaar van de vordering zal worden, maar hij behoudt een goederenrechtelijk recht op die vordering. Hij heeft niet de volle eigendom, om de reden dat ook de cessionaris rechthebbende van de vordering is, namelijk rechthebbende onder de ontbindende voorwaarde van betaling van zijn vordering op de cedent. De cedent kan zijn aan de opschortende voorwaarde onderworpen recht op de vordering overdragen en daarop een beperkt recht ten behoeve van een derde vestigen. De derde verkrijgt, afgezien van de hier niet uit te werken mogelijkheid van derdenbescherming, een recht dat aan diezelfde opschortende voorwaarde onderworpen is.1