Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/A.1.5:A.1.5 Aanpassing artikel 31, lid 4, Wet OB 1968 (par. 6.8.2.3)
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/A.1.5
A.1.5 Aanpassing artikel 31, lid 4, Wet OB 1968 (par. 6.8.2.3)
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501492:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onjuiste implementatie van artikel 2, lid 1, Dertiende Richtlijn kan als volgt worden rechtgezet in artikel 31, lid 4, Wet OB 1968:
Artikel 31
(…)
4. Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt ingedienddoor een ondernemer die niet in Nederland en niet in de Unie woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, dient het verzoek betrekking te hebben op belasting waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een tijdvak van ten minste drie maanden en ten hoogste een kalenderjaar. Het tijdvak mag evenwel korter zijn dan drie maanden indien deze periode het resterende deel van een kalenderjaar betreft. De verzoeken kunnen mede belasting betreffen waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een ander tijdvak van hetzelfde kalenderjaar, maar waarvoor eerder geen verzoek om teruggaaf werd ingediend. Het verzoek moet worden ingediend binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.Artikel 32d, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
(…)