Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/I.1
1 Introductie afscheiding van bestanddelen
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:BSD13537:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
https://www.cobouw.nl/duurzaamheid/nieuws/2018/02/doorbraak-voor-circulaire-gevels-leasen-op-basis-van-erfpacht-101257661 (laatst geraadpleegd op 2 oktober 2020). Het “innovatieve contract” bevat een erfpachtconstructie. De producent verkrijgt het recht van erfpacht dat zich inhoudelijk beperkt tot de geleverde gevel, terwijl de gebouweigenaar tevens geveleigenaar wordt. De producent verliest, anders dan VMRG stelt, de eigendom van de gevel, het erfpachtrecht zet immers de natrekkingsregels niet opzij. In de voorwaarden bij het recht van erfpacht is bedongen dat de erfpachter (de producent) het recht heeft om deze gevel terug te nemen (ook na afloop van het erfpachtrecht). De vraag rijst of deze constructie mogelijk is, aangezien het recht van erfpacht betrekking heeft op een onroerende zaak (art. 5:85 lid 1 BW) en niet op een bestanddeel. Zie daarover: Streep, AA 2018/07, p. 612-619; Van der Planck & De Jong, WPNR 2019/7224, p. 64-70 en Vermeulen (2020), p. 40 e.v.
Zie Koolhoven (2018), Rn 2.3.3. Zie ook: https://www.cobouw.nl/duurzaamheid/nieuws/2018/02/doorbraak-voor-circulaire-gevels-leasen-op-basis-van-erfpacht-101257661: “Het pilot project in Utrecht, waarvan de realisatie komende week [2 februari 2018] al van start gaat, wordt uitgevoerd in het kader van het Facade Identification System (FIS). Dit is een systeem dat de VMRG samen met partners ontwikkelt. FIS maakt het mogelijk om een gevelelement, zoals een kozijn of een deur, gedurende de hele life cycle identificeerbaar te maken en hier digitaal informatie aan te koppelen. Dit systeem bevordert een goede werking van een circulaire geveleconomie.”
Tweehuysen (2016), p. 5.
De belangen tussen een koper te goeder trouw en de producent van de gevel botsen hier. De wetgever moet een keuze maken welke belangen prevaleren. Zie: Booms (2019), p. 249: “Er moet dus een regel worden opgelegd ‘van bovenaf’.”
Tweehuysen (2016), p. 5.
Op het internet werft de Technische Universiteit Delft cliënten met het volgende project:
“An interdisciplinary research team within the Faculty of Architecture and the Built Environment is developing a circular business model based on the use of multifunctional façades as performance-delivering tools. Under this scheme, the client is no longer the owner of the building envelope and its integrated building services, but instead leases them from a service provider through a long-term performance contract. Rather than purchase the façade panels as a product, the client hires the energy performance and user comfort services delivered to his building by this new façade system.”1
De jurist die is opgevoed in het traditionele goederenrecht wrijft zich bij het lezen van bovenstaande tekst de ogen uit. Heeft hij niet geleerd dat de gevel van een huis door natrekking een bestanddeel van het huis is geworden? Is het niet zo dat de huiseigenaar die zijn huis verrijkte met een gevel de eigendom ervan verkreeg, ten koste van de eigenaar die de bouwstoffen van de gevel leverde? Volgens de vereniging van gevelbouwers (VMRG) niet. Trots vermeldde zij dat de Eneco Energy Campus in Utrecht als eerste een gevel heeft, die eigendom blijft van de producent. De campus leaset de gevel. Via een innovatief contract was het mogelijk geweest om een doorbraak te bewerkstelligen in de “circulaire geveleconomie”, aldus VMRG.2
Het huren of leasen van een gevel biedt vele voordelen. Zo kan een voorgevel ervoor zorgen dat het huis beter geïsoleerd wordt, waardoor de stookkosten minder hoog zijn. Daarnaast kan zo’n voorgevel zonnepanelen bevatten, waardoor hij duurzame energie opwekt. Ook kunnen de gevels eenvoudig van verschijningsvorm veranderen door het gebruik van informatie- en communicatietechniek (ICT), die van een afstand kan worden toegepast.3 Speelt het Nederlands elftal een finale, dan kan bijvoorbeeld een café zich aan de buitenkant letterlijk in het oranje hullen. Een ander voordeel is dat na de wedstrijd de gevel gemakkelijk weer kan worden verwijderd. Dat de techniek voor niets staat, is duidelijk, maar hoe zit dat met het goederenrecht of beter gezegd, hoe zit dat in het zakenrecht?
De technologische ontwikkelingen stellen het zakenrecht voor grote uitdagingen. Uit het voorbeeld van de gevel blijkt dat het tegenwoordig mogelijk is om zaken te leasen of te huren (product as a service), die zich vroeger niet leenden voor dergelijke contracten. Wat gebeurt er met het eigendomsrecht van de producent van de gevels na montage? De producent of het lease- of verhuurbedrijf wil het eigendomsrecht behouden op het ogenblik dat de gevel wordt verbonden met het gebouw. Daar was het de VMRG juist om te doen. Bovendien wil de producent na beëindiging van het huurcontract de gevel opnieuw gebruiken. Daarvoor is afscheiding vereist. Fysiek gesproken is afscheiding door de moderne techniek gemakkelijk te bewerkstelligen. Maar juridisch kent het Nederlandse goederenrecht geen algemene afscheidingsregel. Er is sprake van een leemte in de wet. Ons BW kent het eigendomsvoorbehoud, maar dat recht gaat door natrekking teniet na montage van de gevel aan het huis, aangezien de gevel dan als bestanddeel van het huis wordt gezien.4
De reden voor het tenietgaan van het eigendomsrecht van de producent ligt in het feit dat de wet een keuze moet maken wanneer twee of meer (zakelijk) gerechtigden met elkaar in botsing komen. Van de ene kant is het recht gebaat bij één eigendomsrecht op één zaak (het specialiteits- of uniciteitsbeginsel).5 Daarvoor zijn de natrekkingsregels gemaakt. Zij moeten voorkomen dat er (te) complexe goederenrechtelijke verhoudingen tot een zaak ontstaan. Het is ongewenst dat op elk bestanddeel een afzonderlijk eigendomsrecht kan rusten. De koper van een huis bijvoorbeeld wil na de levering het gehele huis, inclusief voorgevel, in eigendom verkrijgen.6 Van de andere kant is juist de producent gebaat bij een eigendomsrecht op een bestanddeel van een zaak. In het voorbeeld van de gevel is duidelijk dat de natrekkingsregels voor hem te streng zijn. Hij wil de zaak opnieuw kunnen gebruiken en eventueel inbrengen als zekerheid voor een schuld. De natrekkingsregels verhinderen dit alles. Door partijen kan geen zakelijk afscheidingsrecht worden bedongen, ook al zouden zij dit willen. De wet kiest voor het uniciteitsbeginsel: één eigendomsrecht op één zaak.7 Is niet de tijd gekomen om de wet aan de moderne techniek aan te passen?