In artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de Wet OB 1968 is bepaald dat zijn vrijgesteld de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen leveringen en diensten van sociale of culturele aard, mits de ondernemer geen winst beoogt en niet een verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van ondernemers die winst beogen. In dat kader is in artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit OB 1968 opgenomen welke diensten zijn vrijgesteld.
Dit betreffen allereerst de leveringen en diensten die zijn opgenomen in de bij het Uitvoeringsbesluit behorende bijlage B. Daarnaast kunnen ondernemers een schriftelijk verzoek indienen voor (1) leveringen en diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren of (2) diensten van culturele aard andere dan die genoemd in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel b, alsmede nauw daarmee samenhangende leveringen. De leveringen en diensten zijn vrijgesteld als de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking de ondernemer erkent als instelling van sociale of culturele aard. De regeling kent overigens ook bepaalde uitsluitingen. Tevens is bepaald dat de instelling de inspecteur in kennis moet stellen van wijzigingen in de aard en samenstelling van de vrijgestelde leveringen en diensten
Onder het niet beogen van winst wordt verstaan dat niet systematisch het maken van winst mag worden beoogd en, zo er wel winst wordt gemaakt, deze niet mag worden uitgekeerd, maar die winst moet worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de leveringen en diensten die worden verleend.
Literatuur
A.J. van Doesum & G.J. van Norden, Omzetbelasting (Fed Fiscale Studieserie nr. 6), 17e druk, Deventer: Wolters Kluwer 2023/10.6.2.
M.E. van Hilten en Van Kesteren, Omzetbelasting, Deventer: Kluwer 2020 (zestiende druk, p. 275 en 276).
A. van Dongen, G.J. van Slooten, en M.W.C. Soltysik, Wegwijs in de BTW, pag. 634, Den Haag: Sdu 2021 (zestiende druk).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Omzetbelasting, art. 7 Uitvoeringsbesluit OB 1968, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 16-04-2026
16-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28.
01-01-1969 tot: -
Vakstudie Omzetbelasting, art. 7 Uitvoeringsbesluit OB 1968, aant. 1.1
Omzetbelasting / Vrijstelling
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 artikel 7
Beschouwing
In artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de Wet OB 1968 is bepaald dat zijn vrijgesteld de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen leveringen en diensten van sociale of culturele aard, mits de ondernemer geen winst beoogt en niet een verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van ondernemers die winst beogen. In dat kader is in artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit OB 1968 opgenomen welke diensten zijn vrijgesteld.
Dit betreffen allereerst de leveringen en diensten die zijn opgenomen in de bij het Uitvoeringsbesluit behorende bijlage B. Daarnaast kunnen ondernemers een schriftelijk verzoek indienen voor (1) leveringen en diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren of (2) diensten van culturele aard andere dan die genoemd in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel b, alsmede nauw daarmee samenhangende leveringen. De leveringen en diensten zijn vrijgesteld als de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking de ondernemer erkent als instelling van sociale of culturele aard. De regeling kent overigens ook bepaalde uitsluitingen. Tevens is bepaald dat de instelling de inspecteur in kennis moet stellen van wijzigingen in de aard en samenstelling van de vrijgestelde leveringen en diensten
Onder het niet beogen van winst wordt verstaan dat niet systematisch het maken van winst mag worden beoogd en, zo er wel winst wordt gemaakt, deze niet mag worden uitgekeerd, maar die winst moet worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de leveringen en diensten die worden verleend.
A.J. van Doesum & G.J. van Norden, Omzetbelasting (Fed Fiscale Studieserie nr. 6), 17e druk, Deventer: Wolters Kluwer 2023/10.6.2.
M.E. van Hilten en Van Kesteren, Omzetbelasting, Deventer: Kluwer 2020 (zestiende druk, p. 275 en 276).
A. van Dongen, G.J. van Slooten, en M.W.C. Soltysik, Wegwijs in de BTW, pag. 634, Den Haag: Sdu 2021 (zestiende druk).