Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.5.3:II.6.5.3 Vrijstelling
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.5.3
II.6.5.3 Vrijstelling
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500294:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een ondernemer als zodanig tegen vergoeding krediet verleent, is van belang dat in artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten eerste, Wet OB 1968 (artikel 135, lid 1, onderdeel b, Btw-richtlijn) een vrijstelling daarvoor is opgenomen. Er is daarom nooit omzetbelasting verschuldigd over de ontvangen vergoeding voor een verlening van krediet. Hiervoor is in paragraaf 6.4 besproken wat ‘verlenen van krediet’ in de zin van deze bepaling inhoudt. De omstandigheid dat een bepaalde verlening van krediet illegaal is, vanwege het vragen van woekerrentes of anderszins, staat niet in de weg aan toepassing van de vrijstelling. Dit heeft het Hof van Justitie beslist in de zaak Gennaro Curia.1 In Nederland is ten slotte geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid in artikel 137 Btw-richtlijn om belastingplichtigen te laten opteren van de vrijstelling voor verlening van krediet af te zien.