Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/9.4.2
9.4.2 Afstand van wilsrechten kan eenzijdig
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS380449:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Ter vergelijking merk ik op dat dit naar Engels recht algemeen aanvaard is voor het uitoefenen van de keuze tussen affirmation (bevestiging) en termination (vernietiging). “When a man determines his election, it is determined forever”, Comyns’ Digest 1822, p. 160. De keuze is final and binding, Cartwright 2012, par. 4-40; Scarf v Jardine (1882) 7 App Cas 345; Motor Oil Hellas v Shipping Corporation of India (The Kanchenjunga) [1990] 1 Lloyd’s Rep 391.
Vgl. Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 588 (TM). Volgens Brunner moet, als niet uitdrukkelijk afstand wordt gedaan, de eis worden gesteld dat de gedraging of verklaring redelijkerwijs geen andere uitleg toelaat dan dat ook werkelijk afstand is beoogd. Bij dubbelzinnig gedrag verdient de wederpartij geen vertrouwensbescherming op grond van art. 3:35 BW, zie Brunner 1992, p. 65. Zie ook Tjittes 1992, nr. 16; Aaftink 1974, p. 98. Zie voor een recente zaak waarin hieraan mijns inziens te weinig aandacht werd besteed Rb. Rotterdam 26 november 2014, JOR 2015/161.
390. Op de aard van wilsrechten ben ik hiervoor ingegaan in nr. 34. Het begrip wilsrechten is niet eenvoudig te definiëren of af te bakenen. Ik versta onder een wilsrecht de bevoegdheid van een persoon om een bestaande rechtsverhouding met een eenzijdige wilsverklaring te wijzigen, nader vorm te geven of te beëindigen. Die bevoegdheid kan voortvloeien uit de wet of uit partij-afspraak.
Een wilsrecht kan eenzijdig worden uitgeoefend en kan ook eenzijdig worden prijsgegeven. Het behoort tot de autonomie van de gerechtigde om ervoor te kiezen een bevoegdheid niet uit te oefenen. Zijn keuze is bindend en mijns inziens in beginsel onherroepelijk.1 Nu het doen van afstand een rechtshandeling is, zijn de artikelen 3:33 en 3:35 BW van toepassing. Als de wederpartij van de gerechtigde een verklaring of gedraging gerechtvaardigd op heeft gevat als een afstandsverklaring, dan kan de gerechtigde daaraan gebonden zijn hoewel hij niet het oogmerk had zijn bevoegdheid prijs te geven. Niet snel mag echter aangenomen worden dat iemand afstand van recht doet, zeker niet als dat om niet gebeurt.2
391. Een bekend voorbeeld van een wilsrecht is de bevoegdheid van degene tot wie een aanbod gericht is, om door aanvaarding een overeenkomst tot stand te brengen. Door het aanbod echter te verwerpen, doet de geadresseerde van het aanbod afstand van dat wilsrecht. Hetzelfde geldt voor de bevoegdheid tot aanvaarding van een derdenbeding.
Een partij die eenzijdig een rechtshandeling kan vernietigen of de nietigheid of ongeldigheid ervan kan inroepen, kan ervoor kiezen die bevoegdheid niet uit te oefenen. De rechtshandeling wordt onaantastbaar (in het geval van bevestiging), geldig (in het geval van bekrachtiging in de zin van art. 3:58 BW) of verkrijgt dezelfde rechtsgevolgen als wanneer zij krachtens vertegenwoordiging tot stand was gekomen (in het geval van bekrachtiging in de zin van art. 3:69 BW).