Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.7
2.5.7 Mededeling van een stil pandrecht of van stille cessie
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS374380:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Mijnssen, Van Mierlo & Van Velten 3-VI* 2010/131.
Andere schuldeisersbevoegdheden noemt de wet niet, waardoor aangenomen moet worden dat die bevoegdheden (zoals tot ontbinding en tot kwijtschelding) bij de pandgever blijven, HR 21 februari 2014, JOR 2014/119 m.nt. Schuijling (IAE/ Neo-River); Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 773 (MvA II).
Asser/Van Mierlo & Van Velten 3-IV* 2010/219.
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 755 (VV II), 761 (TM).
HR 21 juni 2013, JOR 2013/320 m.nt. Schuijling.
Noot H.J. Snijders bij HR 21 juni 2013, NJ 2014/272.
Voor openbare cessie is op grond van art. 3:94 lid 2 BW eveneens mededeling vereist. Deze mededeling is geen zelfstandige rechtshandeling, maar onderdeel van de levering. Zie over de levering als rechtshandeling par 2.5. onder 2b.
Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/342; Rongen 2012, nr. 487.
Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/342; Biemans 2011, nr. 59 en 561.
Biemans 2011, nr. 59 en 776.
Zoals ook verdedigd lijkt te worden door Rongen 2012, nr. 452; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp, 2012 nr. 261 en Reehuis 2004, nr. 82. Mededeling wordt dan beschouwd als een rechtsgeschäftsähnliche Handlung, vgl. hierover nr. 80.
Biemans 2011, nr. 776.
Noot H.J. Snijders bij HR 21 juni 2013, NJ 2014/272.
89. De mededeling van een stil pandrecht op een vordering aan de debiteur heeft een aantal rechtsgevolgen. Op grond van art. 3:246 lid 1 BW wordt de pandhouder inningsbevoegd. De pandgever is nog slechts inningsbevoegd met toestemming van de pandhouder en na faillissement van de pandgever kan de debiteur niet meer bevrijdend betalen aan de curator van de pandgever.1 Na mededeling is de pandhouder daarnaast bevoegd tot opzegging wanneer dat de vordering opeisbaar maakt.2 Bovendien komt de bescherming van art. 3:88 BW alleen na mededeling aan de pandhouder toe.3
Mijns inziens moet de mededeling worden gezien als een feitelijke verklaring. De mededeling heeft een versterking van de positie van de pandhouder tot gevolg, maar de mededeling is geen wilsverklaring in de zin van art. 3:33 BW. In de parlementaire geschiedenis van art. 3:239 BW is overwogen dat de mededeling aan de debiteur slechts een voorwaarde is om de vordering geldend te kunnen maken, maar geen vereiste voor geldigheid.4 De Hoge Raad heeft bepaald dat de omzetting van een stil pandrecht op een roerende zaak in een vuistpandrecht een feitelijke handeling is.5 H.J. Snijders overweegt dat niet valt in te zien waarom voor de omzetting van een pandrecht op vorderingen iets anders zou gelden.6
90. Ingevolge art. 3:94 lid 3 BW kunnen de rechtsgevolgen van een stille cessie aan de schuldenaar worden tegengeworpen nadat aan hem mededeling is gedaan van de cessie.7 Voor mededeling is gedaan, heeft de cessie volledige goederenrechtelijke werking.8 Tot mededeling aan hem is gedaan, mag de schuldenaar de stille cedent echter in alle opzichten als zijn schuldeiser beschouwen.9 Biemans kwalificeert de mededeling in de zin van art. 3:94 lid 3 BW als een vormvrije, gerichte rechtshandeling.10 Mijns inziens moet ook deze mededeling gezien worden als feitelijk. Voor de vraag of een verklaring een mededeling is in de zin van art. 3:94 lid 3 BW, kunnen de regels van art. 3:33 jo. 3:35 BW wellicht analoog worden toegepast.11
Het voorgaande neemt niet weg dat in een rechtshandeling van de cedent wel een mededeling besloten kan liggen, zoals in de voorbeelden die Biemans noemt,12 nu men door een rechtshandeling te verrichten tevens een feitelijke handeling kan uitvoeren.13