Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/303:303 Traceerbaarheid van het vervangende goed
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/303
303 Traceerbaarheid van het vervangende goed
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 13-03-2026
- Datum
13-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51528:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Substitutie vindt slechts plaats indien en duurt slechts voort zolang de vervangende vordering casu quo het vervangende chartale geld in het vermogen van de pandgever kan worden aangewezen. Voor dit vereiste zijn twee redenen. De eerste reden is dat een pandrecht slechts bestaanbaar is als het object van het pandrecht kan worden geïndividualiseerd. De tweede reden is dat gelet op het doel van substitutie, handhaving van de bestaande (rang)orde, substitutie uitsluitend kan worden aanvaard indien en zolang het vervangende goed nog in het vermogen van de pandgever aanwezig is. Is dat niet (langer) het geval, of bestaat daarover niet langer zekerheid, dan zou substitutie er toe kunnen leiden dat, vergeleken met de situatie vóór substitutie, de positie van de andere crediteuren verslechtert. Substitutie zou daardoor tot gevolg hebben wat zij juist beoogt te voorkomen: ongerechtvaardigde vermogensverschuiving.1
Opmerking verdient nog, dat een faillissement van de pandgever aan substitutie niet in de weg staat. Het fixatiebeginsel verzet zich niet tegen handhaving van de bestaande rangorde door substitutie. Beschikkingsbevoegdheid van de pandgever is voor substitutie geen vereiste nu de substitutie van rechtswege plaatsvindt en niet het gevolg is van een rechtshandeling van de pandgever.2