Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/245
245 Stil verpande vorderingen
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD33831:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Buiten beschouwing blijft hier de mogelijkheid dat de curator ook pro se onrechtmatig handelt jegens de pandhouder.
In dezelfde zin Van Galen 2001, p. 32 en Verdaas in zijn noot onder Rb. Leeuwarden 18 augustus 2004, JOR 2004/313 (ING/Verdonk q.q.). Nadrukkelijk anders de rechtbank in dit vonnis, alsmede Hof Leeuwarden 26 oktober 2005, JOR 2006/22 m.nt. A. Steneker (ING/Verdonk q.q.).
Zie HR 3 november 2006, JOR 2007/76 m.nt. SCJJK en S.E. Bartels, NJ 2007, 155 m.nt. PvS (Nebula).
Vgl. Verstijlen 2006a, par. 7.4.
De curator die weet of zou moeten weten dat een vordering stil is verpand maar de verpande vordering desalniettemin actief int voordat een door hem aan de pandhouder te gunnen redelijke termijn voor het doen van mededeling van het pandrecht is verstreken, handelt mijns inziens qualitate qua onrechtmatig jegens de pandhouder als deze daardoor wordt benadeeld.1 Onrechtmatig is bijvoorbeeld het bewerkstelligen, voor het verstreken zijn van de gegunde redelijke termijn, dat een debiteur een aan een bank stil verpande vordering betaalt op een andere wijze dan door betaling, zoals tussen de pandgever en de bank overeengekomen, op een door de pandgever bij de bank aangehouden bankrekening, met als gevolg dat de bank niet (door verrekening) op de gehele opbrengst verhaal zal kunnen nemen.2 Dat de curator niet gehouden is om een op de gefailleerde rustende verbintenis tot een niet-doen na te komen,3 maakt dat niet anders. De curator komt niet de verplichting van de gefailleerde na, maar zijn eigen, op hem als curator rustende verplichting om de separatistpositie van de pandhouder in zoverre te respecteren dat deze gedurende een redelijke termijn de gelegenheid krijgt om mededeling van zijn pandrecht te doen.4