De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.3.5.4:7.3.5.4 De verhouding tot de Haviltex-norm
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.3.5.4
7.3.5.4 De verhouding tot de Haviltex-norm
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS377981:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Vredevoogd 2009, p. 313-314; Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, nr. 232.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
310. Het voorstel van de Commissie Erfrecht en Kolkman zou het leerstuk van uitleg van uiterste wilsbeschikkingen overzichtelijker maken en beter laten aansluiten op het vermogensrecht, waarvan het erfrecht als gezegd deel uitmaakt. De vraag rijst echter of niet nog een stap verder moet worden gegaan. Kunnen uiterste wilsbeschikkingen worden uitgelegd volgens de Haviltex-maatstaf? Mijns inziens moet de Haviltex-norm niet alleen toegepast moet worden bij de uitleg van overeenkomsten, maar ook bij eenzijdige rechtshandelingen. De uiterste wilsbeschikking hoeft daarvan niet uitgezonderd te worden.1 De erfgenamen zijn ‘derden’, zowel door het karakter van de uiterste wilsbeschikking als eenzijdig ongerichte rechtshandeling, als doordat zij niet betrokken zijn bij de totstandkoming en formulering van de uiterste wilsbeschikking. Dat geeft aanleiding tot het toepassen van een meer objectieve interpretatie van de uiterste wilsbeschikking. Niet de enkele subjectieve wil van de erflater zal de doorslag geven, evenmin de subjectieve betekenis die een erfgenaam toekent aan het gebruik van bepaalde bewoordingen. Een puur taalkundige uitleg volstaat echter ook niet. Het (gewijzigde) art. 4:46 lid 1 BW gaat heel goed samen met toepassing van de geobjectiveerde Haviltex-norm: bij de uitleg speelt de taalkundige betekenis van de gebruikte woorden, in het licht van de gehele tekst van de uiterste wilsbeschikking, een belangrijke rol. Daarnaast hangt de uitleg ook af van wat de redelijkheid en billijkheid in de omstandigheden van dit concrete geval meebrengen. Deze norm wordt ingekleurd door onder meer de verhoudingen die de uiterste wilsbeschikking wil regelen, en door de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt. Uiteindelijk draait het om de zin die de (vermeende) erfgenamen in de gegeven omstandigheden en met inachtneming van de te regelen verhoudingen aan de bepalingen van de uiterste wilsbeschikking mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van de erflater mochten verwachten.