De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.3.7.2:7.3.7.2 Bedrog en bedreiging
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.3.7.2
7.3.7.2 Bedrog en bedreiging
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS380444:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4:43 lid 3 BW. Deze regel geldt ook voor dwaling.
Handboek Erfrecht 2011, p. 118.
Vgl. Parl. Gesch. Boek 4 BW, p. 265 (TM).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
317. Een uiterste wilsbeschikking kan wel worden vernietigd op grond van bedrog of bedreiging. Vernietiging is niet meer mogelijk als de erflater de uiterste wilsbeschikking heeft bevestigd na het eindigen van de invloed van de bedreiging of nadat het bedrog is ontdekt.1 Bevestiging is een eenzijdige rechtshandeling. Niet duidelijk is of een uiterste wilsbeschikking kan worden bevestigd met een daartoe strekkende enkele wilsverklaring, of dat (net als voor herroeping) een afzonderlijke uiterste wilsbeschikking vereist is. F. Schols bepleit dat bevestiging vormvrij kan geschieden en bovendien kan blijken uit gedragingen van de erflater. Niet-herroepen is echter onvoldoende voor bevestiging. De bevestiging moet wel op ondubbelzinnige wijze blijken.2 Zie over de mijns inziens beperkte betekenis van het ondubbelzinnigheidsvereiste nr. 289.
Deze specifieke regeling voor bevestiging bestaat naast art. 3:55 BW, en is mijns inziens in wezen een andere figuur. In art. 4:43 lid 3 BW gaat het niet om bevestiging door degenen die een beroep kunnen doen op de vernietigingsgrond, maar alleen door de erflater. Het betreft het bevestigen van rechtsgevolg van een rechtshandeling vóórdat die überhaupt werking heeft gekregen en dus voordat de vernietigingsgrond een rol gaat spelen.3