Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.10
4.10 Moment van deponeren, duur van de vrijstelling
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS650061:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De verklaring moet worden neergelegd ten kantore van elk Handelsregister waar de vrijgestelde rechtspersoon een onderneming heeft ingeschreven om voor vrijstelling in aanmerking te komen. Voorts dient de verklaring ook te worden gedeponeerd bij het Handelsregister waar de consoliderende rechtspersoon is ingeschreven, dit doet de aansprakelijkheid ontstaan. De wet zwijgt over het tijdstip waarop dit uiterlijk moet gebeuren. De ratio van artikel 2:403 BW brengt met zich dat dit uiterlijk moet zijn gebeurd op de dag waarop de jaarrekening normaal gesproken had moeten worden gepubliceerd. Zie Vertegenwoordiging en rechtspersoon (Asser/Maeijer 2-III 2000, hoofdstuk X. De jaarrekening; winstvaststelling en winstbestemming, Kluwer, losbladige editie, nr. 439; Houwen e.a. 1993, p. 840 e.v. en Beckman 1995, p. 495.
Zie Asser/Maeijer 2-III 2000, nr. 291. Voor het geval wanneer onbevoegd een verklaring is gedeponeerd bij het Handelsregister zie Rb. Rotterdam, 16 januari 1997, KG 1997/55. Voor het geval dat er een vermoeden is dat de verklaring door de rechtspersoon is gedeponeerd zie Hof Amsterdam 27 juni 1996, JOR 1996/84.
Zie Asser/Maeijer 2-III 2000, p. 644. Zie in dit verband echter ook Winter 1989, p. 289 en Gülcher 1989, p. 290.
Evenzo Rb. Breda 26 mei 2010, JOR 2012/70, m.nt. Bartman.
Ook kan de vraag worden gesteld of dit een volledige jaarrekening dient te zijn. Wanneer bijvoorbeeld sprake is van een micro-vennootschap, bijvoorbeeld omdat de voorheen vrijgestelde rechtspersoon stevig is afgeslankt, zullen schuldeisers na het intrekken van de 403-verklaring niet veel te weten komen over de financiële gezondheid van de betreffende vrijgestelde rechtspersoon, zie paragraaf 2.3.4.
Uit artikel 2:404 lid 1 sub g vloeit voort dat de 403-verklaring dient te worden gedeponeerd bij het Handelsregister.1 Het bestuur van de vennootschap die de verklaring aflegt, is hiertoe bevoegd.2
Een uiterst relevante vraag is wanneer een 403-verklaring uiterlijk dient te zijn gedeponeerd. Omdat het deponeren van de 403-verklaring een van de voorwaarden is die artikel 2:403 BW stelt om de groepsvrijstelling te mogen toepassen, kan worden aangenomen dat uiterlijk aan de voorwaarden van artikel 2:403 BW dient te zijn voldaan op het moment waarop de vrijgestelde rechtspersoon aan haar jaarrekeningenplicht had moeten voldoen indien zij niet zou zijn vrijgesteld.3 Wordt over boekjaar 2018 de groepsvrijstelling toegepast, dan dient de 403-verklaring uiterlijk op 31 december 2018 te zijn gedeponeerd omdat dan – ervan uitgaande dat de aandeelhouders hebben ingestemd met de uiterste termijn – uiterlijk het reguliere jaarverslag gedeponeerd dient te zijn.4
Er is geen eenduidige opvatting over de vraag of de 403-verklaring een minimale looptijd kent. Verdedigd kan worden dat een 403-verklaring ten minste tot het einde van elk boekjaar waarvoor geen volledige jaarstukken worden gepubliceerd bij het Handelsregister zijn gedeponeerd zonder te zijn ingetrokken. Gedurende die periode heeft een schuldeiser geen inzicht in de laatste jaarrekening waarvoor de 403-verklaring de nodige compensatie behoort te bieden. De wet zegt echter niets over een minimale periode waarin een 403-verklaring niet mag worden ingetrokken.
Wordt een 403-verklaring ingetrokken, dan is de vraag op welk boekjaar de eerstvolgende jaarrekening dient te zien. Betoogd kan worden dat schuldeisers direct na het intrekken van de 403-verklaring weer inzicht dienen te hebben in de jaarrekening die op dat moment de meest actuele beschikbare jaarrekening zou zijn geweest wanneer de vrijstelling niet zou zijn toegepast.5