Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/16:16
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/16
16
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS995856:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verweermiddel. Van oudsher is het retentierecht primair een processueel verweermiddel.1 De vroegste vorm waarin men het retentierecht kan onderkennen, is die van de exceptio doli. De exceptio doli is ontsproten aan het ius honorarium (of ius praetorium); de praetor kende het middel toe wanneer het ius civile niet meer in overeenstemming met de veranderde maatschappelijke ontwikkeling was.2 Volgens Gratama vonden de Romeinse juristen het recht van terughouding de meest eenvoudige zaak van de wereld.3 Zij kenden het retentierecht toe, wanneer het onbillijk was om de ander tot afgifte aan te spreken, terwijl men zijn eigen verplichtingen nog niet is nagekomen.4 Ook al is het procesrechtelijke verweermiddel de ontstaansbron, het retentierecht is al lange tijd uit de sfeer van het zuivere procesrecht gekomen en is een zelfstandige figuur in het vermogensrecht geworden. Het retentierecht is geëvolueerd tot een zelfstandig inroepbaar opschortingsrecht. Zoals in de vorige alinea beschreven, beïnvloedt dit opschortingskarakter onder meer de ontstaansvoorwaarden. Zou het retentierecht nog altijd uitsluitend worden bestempeld als een procesrechtelijk verweermiddel, dan zou dat bijvoorbeeld tot de (onjuiste) gevolgtrekking kunnen leiden, dat het pas ontstaat wanneer de wederpartij afgifte vordert.5 Hoewel het dus goed is om te beseffen waar het retentierecht historisch vandaan komt, moet dit zuiver procesrechtelijke karakter voor het geldende recht worden losgelaten.