Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.3.3.2.3:I.3.3.2.3 Ruime uitleg met vrijstellingen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.3.3.2.3
I.3.3.2.3 Ruime uitleg met vrijstellingen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS494132:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bv. HvJ 6 april 1995, zaak C-4/94, FED 1995/495 (BLP; m.aant. W.A.P. Nieuwenhuizen).
Zie bv. HvJ 15 juni 1989, zaak 348/87, FED 1989/559, r.o. 13 (SUFA; m.aant D.B. Bijl).
Beelen 2010, p. 330-333. Beelen noemt een voorbeeld in de sfeer van de absoluut verboden handelingen in relatie tot een mogelijke verandering door de wetswijziging van 1 januari 2007.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande volgt dat, als geen vrijstellingen zouden bestaan, het vereiste van ‘gebruik voor belaste handelingen’ is vervuld als een ondernemer goederen en diensten gebruikt voor zijn economische activiteit. Voor een volledig beeld is het noodzakelijk de mogelijkheid van vrijgestelde prestaties in de beschouwing te betrekken. Dat is vrij eenvoudig. Bij gebruik voor vrijgestelde prestaties is namelijk geen sprake van gebruik voor belaste handelingen.1 Dit vormt een uitzondering in de aftrekregeling die voortvloeit uit de omstandigheid dat vrijstellingen in het algemeen een uitzondering vormen in het systeem van de omzetbelasting.2 De voorwaarde ‘gebruik voor belaste handelingen’ houdt daarom in dat een ondernemer recht op aftrek van voorbelasting heeft voor zover hij kosten maakt in het kader van een economische activiteit (uitgangspunt), tenzij sprake is van gebruik voor vrijgestelde prestaties (uitzondering). Dit komt vrijwel overeen met de tekst van artikel 15 Wet OB 1968 vóór 1 januari 2007. Ik onderschrijf daarom de belangrijkste conclusie van Beelen in zijn dissertatie, dat de wijziging van artikel 15 Wet OB 1968 per 1 januari 2007 hooguit zeer beperkte gevolgen heeft.3