Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.2.3.4
I.2.3.4 Mogelijke kritiek
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501379:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
H.W.M. van Kesteren, Fiscale rechtswil (diss. Leiden), Arnhem: Gouda Quint 1994, p. 57; K.M. Braun, Aftrek van voorbelasting in de btw (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2002, p. 46.
H.W.M. van Kesteren, Fiscale rechtswil (diss. Leiden), Arnhem: Gouda Quint 1994, p. 55-56.
Zie ook K.M. Braun, Aftrek van voorbelasting in de btw (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2002, p. 49-50.
H.W.M. van Kesteren, Fiscale rechtswil (diss. Leiden), Arnhem: Gouda Quint 1994, p. 57; K.M. Braun, Aftrek van voorbelasting in de btw (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2002, p. 46.
Hoewel de strekking van de omzetbelasting naar mijn mening hiervoor op verantwoorde wijze is afgeleid en ingevuld, hebben Van Kesteren en Braun betoogd dat de memorie van toelichting het ideale aanknopingspunt is voor de vaststelling van de strekking van een belastingwet.1 Dat is namelijk over het algemeen de eerste voor het publiek kenbare toelichting waar de meest oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever uit blijken. Zij zien de strekking van een belastingwet als ‘een algemene – reeds bij het ontwerp van de wet geformuleerd – ideaal die in principe in ieder van de facet van de wet is (of: zou moeten zijn) vertaald; het is een leidraad die aangeeft wie en wat er belast zou moeten worden. (…) Het is zowel bij de opbouw van de wettelijke bepalingen als de uitleg ervan normatief.’2
Mijn werkwijze voldoet niet geheel aan dit ideaal. Het vaststellen van de strekking van de omzetbelasting op die ideale wijze is ook niet mogelijk. De gepubliceerde totstandkomingsgeschiedenis van de Europese richtlijnen kent namelijk de nodige lacunes. Deze zijn ontstaan doordat die richtlijnen voor een groot deel achter gesloten deuren tot stand zijn gekomen.3 Desondanks kan worden betoogd dat de gevolgde wijze van afleiden van de strekking afdoet aan de normatieve betekenis van het gevondene. Het argument daarvoor is dat nooit geheel kan worden uitgesloten dat de geharmoniseerde omzetbelasting volgens de vroegste plannen van de Raad een (iets) andere strekking had.4 Die kans is volgens mij echter zeer gering.