Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.8.2.3.1:III.8.2.3.1 Belangrijkste bevindingen Deel II
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.8.2.3.1
III.8.2.3.1 Belangrijkste bevindingen Deel II
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497796:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De invloed van een financiering met economisch karakter op het recht op aftrek van voorbelasting van de verstrekker loopt uiteen naargelang het type financieringsinstrument. Bepalend is vooral of de financiering via het betreffende instrument een prestatie onder bezwarende titel impliceert. Als dat zo is, kunnen kosten (direct) worden toegerekend aan de financiering. Tevens kunnen de opbrengsten van de financiering de mate beïnvloeden waarin de financier tot aftrek van voorbelasting is gerechtigd voor zijn algemene kosten (het pro rata). Als het verstrekken van een economische financiering niet een prestatie onder bezwarende titel is, hetgeen in het bijzonder bij het verstrekken van eigen vermogen aan de orde kan zijn, behoren de daarvoor gemaakte kosten tot de algemene kosten. De opbrengsten van een dergelijke financiering hebben in beginsel geen invloed op het pro rata.
Eén en ander betekent dat bij het verkrijgen en houden van deelnemingen en obligaties recht op aftrek van voorbelasting bestaat afhankelijk van de aard en opbrengsten van de prestaties die de financier overigens als ondernemer verricht (zie par. 4.5.3 en 5.5.3). Voor directe kosten voor het vrijgesteld verlenen van krediet bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting, tenzij de kredietnemer buiten de Unie is gevestigd. Eveneens bestaat recht op aftrek als het verlenen van krediet opgaat in een belaste prestatie, zoals bij huurkoop en financiële lease het geval kan zijn. De ontvangen vergoeding voor de verlening van krediet beïnvloedt verder in beginsel het pro rata, negatief dan wel positief, tenzij de verlening van krediet een bijkomstige financiële handeling is (zie par. 6.5.4). Bij het overnemen van schuldvorderingen is het recht op aftrek van voorbelasting ten slotte van diverse factoren afhankelijk en kan het variëren van volledig tot nihil (zie par. 7.5.4). Volledig zal dit recht zijn bij een overname van niet-rentedragende handelsvorderingen in het kader van – wat wordt genoemd – factoring, waarbij de overdrager geen afzonderlijke vergoeding is verschuldigd voor de financieringscomponent. Nihil zal het recht op aftrek van voorbelasting zijn bij een overname van een portefeuille ‘performing’ leningen op debiteuren die in de Unie wonen of zijn gevestigd.
Het overdragen van aandelen en obligaties, aan een ander dan de emittent daarvan, vormt in beginsel een vrijgestelde dienst als die instrumenten als onderdeel van een economische activiteit zijn gehouden. Dit betekent dat geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat bij directe kosten voor een dergelijke overdracht, tenzij de overnemer buiten de Unie woont of is gevestigd. Daarnaast beïnvloedt de overdracht het pro rata van de overdrager, tenzij sprake is van een overdracht in de zin van artikel 37d Wet OB 1968, een bijkomstige financiële handeling of een beroep mogelijk is op begunstigend beleid (zie par. 4.6.4, 4.6.5 en 5.6.3).