Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/11.10.2:11.10.2 Positieve punten
Het pre-insolventieakkoord 2016/11.10.2
11.10.2 Positieve punten
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met het opstellen van het Voorontwerp heeft het betrokken ministerie een prestatie van formaat geleverd. Het betreft ingewikkelde materie waarmee Nederland geen of weinig ervaring heeft opgedaan. Vergelijkbare regelingen in buitenlandse rechtssystemen zijn niet zonder gebreken en kunnen niet eenvoudig worden overgeschreven. Het ministerie heeft bij het opdoen van inspiratie uit de Engelse en Amerikaanse regelingen belangrijke valkuilen in die buitenlandse regelingen weten te vermijden. Het Voorontwerp kan dan ook per saldo zonder meer als positief worden beoordeeld en verdient steun.
Positief aan het Voorontwerp is meer in het bijzonder dat:
de opstellers ervan erin zijn geslaagd de regeling betrekkelijk eenvoudig te houden en zich op veel onderwerpen tot hoofdlijnen te beperken;
de regeling voorziet in de mogelijkheid om een dwangakkoord tot stand te brengen buiten surseance of faillissement;
de schuldenaar gedurende het akkoordtraject volledig beheers- en beschikkingsbevoegd blijft (debtor in possession model);
rechterlijke betrokkenheid betrekkelijk beperkt blijft en de procedure naar verwachting relatief snel en efficiënt zal zijn en in ieder geval efficiënter dan zijn Engelse en Amerikaanse tegenhangers (met uitzondering van de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie);
de voorgestelde procedure een grote mate van flexibiliteit en ruimte voor maatwerk biedt. De procedure is licht opgetuigd en maakt precisie-ingrepen mogelijk. In het bijzonder maakt de regeling het mogelijk om niet meer partijen bij het akkoord te betrekken, niet meer rechtsgevolgen in het leven te roepen en niet meer publiciteit aan de procedure te geven dan nodig;
het bestuur van een vennootschap voor het aanbieden van een akkoord geen toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders nodig heeft;
ook schuldeisers de bevoegdheid hebben om een akkoord aan te bieden;
het akkoord alle soorten vermogensverschaffers kan binden, waaronder ook aandeelhouders en preferente en gesecureerde crediteuren; dit is een grote vooruitgang ten opzichte van de huidige regeling;
er wordt gestemd in klassen en het voorgestelde meerderheidsvereiste het absenteïsme probleem oplost;
de rechter onder omstandigheden de mogelijkheid heeft een akkoord op te leggen aan tegenstemmende klassen (cram down);
de regeling als algemeen uitgangspunt heeft zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de economische werkelijkheid.