Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.4.5
2.4.5 Bevestiging
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS380423:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/625; Tjittes 1992, nr. 40; HR 1 december 1938, NJ 1938/450 (Illustra/Reinartz). Primair is de bevestiging een positief geladen rechtshandeling, inhoudend dat de bevestigende partij de rechtshandeling ondanks het gebrek als geldig beschouwt, Hijma 1988, p. 166.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/627; Eggens 1947, p. 57; Schoordijk 1986, p. 186.
Flume 1992, p. 569; Vytlacil 2009, p. 20; Larenz/Wolf & Neuner 2012, §41, nr. 169; Palandt/Ellenberger §144 BGB, nr. 2. Anders: Medicus 2010, p. 221 die schrijft dat bevestiging een gerichte eenzijdige rechtshandeling is.
Hijma 1988, p. 172; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/627; Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 243 (TM).
Zie voor een voorbeeld HR 8 februari 2008, RvdW 2008/210.
Hijma 1988, p. 171.
Deze maatstaf lijkt toegepast te worden in Rb. Haarlem 25 april 2012, JOR 2013/77.
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 243-244 (TM, MvA II).
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/625; Eggens 1947, p. 50. Anders: Van Brakel 1948, par. 191.
Hijma 1988, p. 167. De gehekelde uitdrukking wordt bijvoorbeeld gebruikt in Asser/Rutten 4-II 1982, p. 379; Van Brakel 1948, par. 191.
49. Een vernietigbare rechtshandeling wordt onaantastbaar door bevestiging door degene die een beroep kan doen op de vernietigingsgrond. Bevestiging is ingevolge art. 3:55 BW mogelijk nadat de verjaringstermijn van de vordering tot vernietiging is gaan lopen. Bevestiging kan worden uitgelegd als het impliciet afstand doen van een beroep op de vernietigingsgrond.1 Andersom wordt het doen van afstand van verjaring ex art. 3:322 lid 2 BW gezien als bevestiging van een verbintenis.2 Voor vernietigbare besluiten van een rechtspersoon geeft art. 2:15 lid 6 BW een specifieke regeling, die inhoudt dat een besluit van een orgaan van een vennootschap dat vernietigbaar is vanwege strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die de totstandkoming van besluiten regelen, door een daartoe strekkend besluit kan worden bevestigd.
Bevestiging is een eenzijdige rechtshandeling.3 De bevestigende wilsuiting van degene aan wie een beroep op de vernietigingsgrond toekomt, is voldoende voor het intreden van het rechtsgevolg. Bevestiging is mijns inziens een gerichte rechtshandeling. Tot wie zij moet zijn gericht, hangt af van de aard van de te bevestigen rechtshandeling. Is dat een overeenkomst, dan moet de bevestiging worden gericht tot de wederpartij. Een gerichte eenzijdige rechtshandeling wordt bevestigd door een verklaring gericht tot de geadresseerde. Voor bevestiging van een ongerichte eenzijdige rechtshandeling moet de verklaring worden gericht tot degenen die een onmiddellijk belang hebben bij vernietiging danwel bevestiging van de rechtshandeling.4 Hijma schrijft dat de bevestiging een ongerichte eenzijdige rechtshandeling is. Dit is ook naar Duits recht bepleit.5 Als argument wordt aangevoerd dat bevestiging in beginsel vormvrij is, en dat het er niet zozeer om draait of een wederpartij een bevestigingsverklaring ontvangen heeft, maar of een gemiddelde toeschouwer (durchschnittlichenBeobachter) uit gedragingen kan afleiden dat de tot vernietiging gerechtigde geen gebruik zal maken van zijn vernietigingsmogelijkheid. Net als Hijma vind ik deze koppeling tussen vormvrijheid en (on)gerichtheid van de rechtshandeling niet overtuigend, nu vele gerichte eenzijdige rechtshandelingen vormvrij zijn en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen aan een vormvoorschrift zijn gebonden. Hijma baseert zijn kwalificatie als ongerichte eenzijdige rechtshandeling op het feit dat de bevestiging de door de vernietigbare rechtshandeling ontstane rechtstoestand niet wijzigt, maar alleen consolideert.6 De rechtspositie van de wederpartij wordt, anders dan bij vernietiging, door bevestiging niet beïnvloed, en dus is er volgens Hijma geen reden om alleen bevestiging aan te nemen als een daartoe strekkende verklaring is gericht tot de wederpartij. Het gaat er enkel om vast te stellen dat de bevestigende partij de mogelijkheid tot vernietiging heeft prijsgegeven. Ik meen dat, hoewel de vermogenspositie van de wederpartij niet direct wordt beïnvloed door bevestiging, hij er toch belang bij heeft kennis te nemen van het feit dat de rechtshandeling onaantastbaar is geworden. Als degene die zich op de vernietigingsgrond kan beroepen de keuze maakt van zijn wilsrecht af te zien, heeft dat wellicht geen direct gevolg voor de vermogenspositie van partijen, maar wel voor de rechtsverhouding tussen hen.
50. Zoals hierboven werd aangehaald, is de bevestigingsverklaring vormvrij.7 Bevestiging kan worden afgeleid uit gedragingen.8 De wet stelt geen eisen aan de inhoud van een bevestigingsverklaring. Een bevestigingsverklaring moet spiegelbeeldig zijn aan een vernietigingsverklaring.9 Er mogen geen al te strenge eisen gesteld worden aan de bevestigingsverklaring, aangezien de bevestigende persoon niet altijd juridisch onderlegd zal zijn. Deze nuance kan zich vertalen in het toepassen van de Haviltex-maatstaf bij uitleg van bevestigingsverklaringen, als gevolg waarvan relevant wordt of de geadresseerde redelijkerwijs uit de verklaring mag opmaken dat de ander de rechtshandeling heeft willen bevestigen.10
Het rechtsgevolg van bevestiging is dat de vernietigbare rechtshandeling onaantastbaar wordt. Het beroep op de vernietigingsgrond vervalt.11 De bevestiging schept geen verbintenissen, zij maakt slechts reeds bestaande rechtsgevolgen definitief geldig.
Bevestiging heeft slechts relatieve werking.12 Als meer dan één persoon een vernietigingsgrond kan inroepen, maakt de bevestiging door één van hen dat de rechtshandeling jegens hem definitief geldig wordt, maar dat laat onverlet dat de anderen de rechtshandeling nog steeds kunnen vernietigen. Hijma heeft zich, mijns inziens terecht, verzet tegen de terminologie dat bevestiging terugwerkende kracht heeft.13 De vernietigbare rechtshandeling is vanaf het moment van verrichten geldig, de bevestiging leidt ertoe dat de rechtshandeling vanaf dat moment onaantastbaar is.
Niet geregeld is, of een eenmaal uitgebrachte bevestigingsverklaring herroepelijk is. Evenmin is duidelijk of een bevestigingsverklaring kan worden vernietigd op grond van dwaling. Een laatste nog niet in de doctrine besproken punt is de vraag of een bevestiging onder voorwaarde mogelijk is.