Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.3.1:IV.10.1.3.1 Strekking van de omzetbelasting
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.3.1
IV.10.1.3.1 Strekking van de omzetbelasting
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS495373:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De strekking van de belasting (ook wel het rechtskarakter genoemd) die is uitgewerkt in de Btw-richtlijn en de Wet OB 1968, is die van een omzetbelasting en tevens een verbruiksbelasting. Daaruit vloeien de algemeenheid van de belasting, de evenredigheid van de belasting aan de prijs van goederen en diensten en het voorkomen van verstoringen van de mededinging voort. Dit kan als volgt worden weergegeven:
Figuur 26 – Strekking van de omzetbelasting
Belangrijk is dat verbruik in de zin van de omzetbelasting in mijn visie veronderstelt dat een goed of een dienst is ontstaan door toevoegingen van waarde althans productie in bedrijfshuishoudingen (ondernemingen). Het vereiste, dat verbruik het resultaat is van productie in bedrijfshuishoudingen, brengt met zich dat van verbruik geen sprake kan zijn in relatie tot (fiduciair) geld, aandelen en vergelijkbare abstracties. Overdrachten van aandelen en geld, alsmede verlening van krediet, leiden daarom als zodanig niet tot verbruik in de zin van de omzetbelasting en vertegenwoordigen ook geen voortbrenging of voortstuwing van goederen of diensten in een productie- en distributieketen.