Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/337:337 Onderwerp
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/337
337 Onderwerp
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD52984:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de crediteur van een vordering kan een aantal rechten toekomen waarvan de uitoefening gevolgen kan hebben voor de kwaliteit of zelfs het bestaan van de vordering. Daarnaast kan uitoefening van een aantal met de vordering verband houdende rechten van invloed zijn op de mogelijkheid om de vordering te innen. Voorbeelden van dergelijke rechten zijn het recht om de overeenkomst waaruit de vordering voortvloeit te beëindigen, het recht om van de vordering afstand te doen en het recht om een terzake van de vordering bestaande executoriale titel ten uitvoer te leggen. In dit hoofdstuk wordt onderzocht of dergelijke rechten kunnen worden uitgeoefend door de pandgever, de inningsbevoegde pandhouder of beiden.
Een recht is in beginsel vatbaar voor uitoefening door de pandhouder als de juridische positie van de debiteur van de vordering daardoor niet noemenswaardig slechter is dan wanneer het recht door de pandgever zou worden uitgeoefend.
Een met de inning van een verpande vordering samenhangend recht kan met uitsluiting van de stil pandhouder worden uitgeoefend door de pandgever. Een dergelijk recht kan worden uitgeoefend door de hoogst gerangschikte openbaar pandhouder tenzij (i) de uitoefening van het recht geen beheersdaad is, (ii) de uitoefening van het recht niet uitsluitend betrekking heeft op de verpande vordering of (iii) het een persoonlijk recht van de pandgever betreft. Is daartegen geen bezwaar, dan blijft ook de pandgever bevoegd tot de uitoefening van dat recht.
Uitoefening van een recht door hetzij de pandgever, hetzij de pandhouder moet zo goed mogelijk worden ingepast in het rechtssysteem waarbij de samenhang met de cessie van en met het beslag op vorderingen bijzondere aandacht verdient.
De mogelijkheden die de pandgever en de pandhouder hebben om de pandhouder, bijvoorbeeld door volmacht of lastgeving, contractueel tot uitoefening van de rechten van de pandgever bevoegd te maken worden niet behandeld. De behandeling hiervan zou het bestek van dit boek te buiten gaan.