Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/448:448 Inpassing van de zekerheidscessie in het BW
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/448
448 Inpassing van de zekerheidscessie in het BW
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD46152:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De conclusie van hoofdstuk 5 luidde dat het wenselijk is dat art. 3:84 lid 3 BW, waarin is bepaald dat een titel van overdracht die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid of die de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen, wordt geschrapt, opdat naast de stille verpanding van vorderingen ook de fiduciaire overdracht tot zekerheid van vorderingen weer op ruime schaal mogelijk wordt.
Schrapping van het fiduciaverbod zal leiden tot de vraag hoe de fiduciaire eigendomsoverdracht past in het systeem van het huidige Burgerlijk Wetboek. Ook zullen vragen rijzen over de regels die gelden of zouden moeten gelden voor de fiduciaire eigendomsoverdracht. Zijn de regels die onder het oude wetboek in de jurisprudentie zijn gevormd onder het huidige recht toepasbaar, zijn zij nog van toepassing en is het wenselijk dat zij worden toegepast? Men kan zich bijvoorbeeld afvragen welke bepalingen die gelden voor pand voor (overeenkomstige) toepassing op zekerheidseigendom in aanmerking komen. In dit hoofdstuk wordt kort stilgestaan bij enkele van deze vragen.