De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/7.1:7.1 Inleiding
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS383134:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat is de optimale rechtsvorm voor de samenwerking tussen beroepsbeoefenaren? Dat is de hoofdvraag die in dit onderzoek centraal staat. Zowel de ontwikkelingen rond titel 7.13 BW als de discussie over de bruikbaarheid van de maatschap als rechtsvorm voor samenwerkende beroepsbeoefenaren, met name in verband met de vergaande aansprakelijkheid jegens derden daarvan, vormen de aanleiding voor dit proefschrift. Op basis van een vergelijking van de naar huidig (Nederlands) recht beschikbare (en voor beroepsuitoefening geschikte) rechtsvormen is in de vorige hoofdstukken getracht een antwoord op deze hoofdvraag te vinden. Voordat überhaupt met deze zoektocht gestart kon worden, was het noodzakelijk om allereerst de onderzoeksvraag nader toe te lichten en af te bakenen. Daarom is in hoofdstuk 2 eerst inhoud gegeven aan een aantal begrippen. Er is een omschrijving gegeven van het begrip beroep en er is beschreven wat er in dit onderzoek wordt verstaan onder samenwerking. Daarnaast heb ik de rechtsvorm van de maatschap, als de (in ieder geval van oudsher) meest geschikte rechtsvorm voor samenwerkende beroepsbeoefenaren, als uitgangspunt genomen van dit onderzoek: de andere (eventueel geschikte) rechtsvormen zijn tegen de maatschap afgezet.
Belangrijk was vervolgens om te definiëren wat er nu precies wordt verstaan onder optimaal. Welke factoren spelen de belangrijkste rol bij rechtsvormkeuze door beroepsbeoefenaren? En: welke eigenschappen maken dat men spreekt over een optimale rechtsvorm? Naar voren kwam dat er drie factoren zijn die een prominente rol spelen bij rechtsvormkeuze. Het betreft (de mogelijkheid tot het beperken van) aansprakelijkheid, fiscaliteit en de juridische organisatiestructuur. De optimale rechtsvorm voor samenwerkende beroepsbeoefenaren bevat een combinatie van beperkte aansprakelijkheidsrisico’s, een adequate fiscale behandeling en een flexibel in te richten organisatiestructuur die continuïteit en rechtszekerheid waarborgt. De besproken rechtsvormen zijn dan ook aan de hand van deze factoren met elkaar vergeleken. Bij deze beoordeling is een statisch uitgangspunt genomen: het moment van het aangaan van de samenwerking. Veelal zullen, gedurende het bestaan van het samenwerkingsverband, de omstandigheden wijzigen. Er zal in een dergelijk geval telkens opnieuw moeten worden gekeken in hoeverre de gekozen rechtsvorm nog aan de verschillende keuzefactoren voldoet.
In dit hoofdstuk zal een analyse worden gemaakt van de resultaten van mijn onderzoek (paragraaf 7.2). Aan de hand van deze analyse zullen vervolgens in paragraaf 7.3 conclusies worden getrokken en zal een antwoord worden gegeven op de hoofdvraag. In het laatste deel van dit hoofdstuk (paragraaf 7.4) zal betekenis worden toegekend aan deze uitkomst(en) en zal een aantal aanbevelingen worden gedaan. In paragraaf 7.5 wordt afgesloten met een resumé.