De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.4.1.2.2:6.4.1.2.2 Primaire eigenschappen van de PartG
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.4.1.2.2
6.4.1.2.2 Primaire eigenschappen van de PartG
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS386789:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§ 1 lid 4 PartGG
Die Partnerschaftsgesellschaft, Gründungsinformation nr. 4, 01/2013, Institut Für Freie Beruf Nürnberg, p. 2.
Hierna: PartGG.
Vlg. ook Wuisman 2015a, p. 37.
Zie hierover hoofdstuk 2.
Freier Beruf oder Gwerbe?, Gründungsinformation nr. 1, 01/2006, Institut Für Freie Beruf Nürnberg, p. 2.
§ 1 lid 2 PartGG.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtsvorm van de PartG is, zoals gezegd, geënt op de bepalingen over de GbR,1 maar wat betreft zijn eigenschappen meer toegespitst op het gebruik door beroepsbeoefenaren.2 Voor zover in het Partnerschaftsgesellschaftsgesetz3 niet anders is bepaald, zijn de bepalingen die genoemd worden in het Burgerliches Gesetzbuch4 met betrekking tot personenvennootschappen van overeenkomstige toepassing op de PartG. Net als de GbR is de PartG een personenvennootschap (en kan dus alleen worden aangegaan door twee of meer personen) en een rechtssubject met procesbevoegdheid, eigen rechten en verplichtingen en een eigen vermogen.5 Ook zijn de vennoten niet verplicht tot de publicatie van een jaarrekening. Daarnaast zijn ook de bepalingen van het PartGG van regelend recht. Anders dan bij de GbR dient de vennootschapsovereenkomst van de PartG echter wel aan een aantal (vorm)vereisten te voldoen. Deze zullen hierna in paragraaf 6.4.1.2.5 worden besproken.
Kenmerkend voor de PartG is bovendien dat – in tegenstelling tot de GbR en de Nederlandse maatschap – uitsluitend natuurlijke personen tot de PartG mogen toetreden en dat deze personen bovendien altijd een beroep moeten uitoefenen in de zin van § 1 lid 2 PartGG. Anders dan in Nederland6 worden er in de Duitse literatuur (en de wet) wel definities gegeven van het beroep. Een voorbeeld hiervan is de definitie die is opgesteld door het Institut für Freie Berufe Nürnberg:
‘Die Freien Berufe haben im allgemeinen auf der Grundlage besonderer beruflicher Qualifikation oder schöpferische Begabung die persönliche, eigenverantwortliche und fachlich unabhängige Erbringung von Dienstleistungen höherer Art im Interesse der Auftraggeber und der Allgemeinheit zum Inhalt.’7
§ 1 lid 2 PartGG bevat (daarnaast) een limitatieve opsomming van de beroepsgroepen die gebruik mogen maken van de PartG. Op deze lange lijst van beroepen staan onder andere de meeste beroepsgroepen die in dit onderzoek centraal staan (artsen, advocaten, architecten en accountants), maar ook journalisten en kunstenaars worden in Duitsland aangemerkt als beroepsbeoefenaren.8 De vennoten die samenwerken in een PartG hoeven overigens niet per definitie hetzelfde beroep uit te oefenen. Bijzonder aan de PartG – ten opzichte van de GbR – is ten slotte dat, op grond van § 2 lid 1 PartGG, de naam van de PartG ten minste de naam van een van de partners dient te bevatten en dat daarachter ‘und Partner’ of ‘Partnerschaft’ dient te worden gezet.