GS Personen- en familierecht, art. 1:198 BW, aant. 9:9 Moederschap van rechtswege voor de meemoeder: algemeen (art. 1:198 lid 1 onder b BW)
GS Personen- en familierecht, art. 1:198 BW, aant. 9
9 Moederschap van rechtswege voor de meemoeder: algemeen (art. 1:198 lid 1 onder b BW)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
prof. mr. M.J. Vonk, actueel t/m 01-09-2023
Actueel t/m
01-09-2023
Tijdvak
01-04-2014 tot: 05-07-2025
Auteur
prof. mr. M.J. Vonk
Vindplaats
GS Personen- en familierecht, art. 1:198 BW, aant. 9
De invoering van de wet lesbisch ouderschap in 2014 heeft tot gevolg dat, enigszins vergelijkbaar met het ‘huwelijks vaderschap’, moederschap van rechtswege ontstaat voor de vrouw die getrouwd is/een geregistreerd partnerschap heeft met de geboortemoeder. Bij vaders is in dit geval de veronderstelling gerechtvaardigd dat de man de biologische en sociale ouder van het kind zal zijn; voor de meemoeder gaat het om de veronderstelling dat zij de sociale en intentionele ouder van het kind zal zijn (dus via de intentie procreatieve verantwoordelijkheid dragen voor het bestaan van het kind). In beide gevallen is als aanknopingspunt gekozen het op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Personen- en familierecht, art. 1:198 BW, aant. 9
9 Moederschap van rechtswege voor de meemoeder: algemeen (art. 1:198 lid 1 onder b BW)
prof. mr. M.J. Vonk, actueel t/m 01-09-2023
01-09-2023
01-04-2014 tot: 05-07-2025
prof. mr. M.J. Vonk
GS Personen- en familierecht, art. 1:198 BW, aant. 9
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
moederschap
Burgerlijk Wetboek Boek 1 artikel 198
De invoering van de wet lesbisch ouderschap in 2014 heeft tot gevolg dat, enigszins vergelijkbaar met het ‘huwelijks vaderschap’, moederschap van rechtswege ontstaat voor de vrouw die getrouwd is/een geregistreerd partnerschap heeft met de geboortemoeder. Bij vaders is in dit geval de veronderstelling gerechtvaardigd dat de man de biologische en sociale ouder van het kind zal zijn; voor de meemoeder gaat het om de veronderstelling dat zij de sociale en intentionele ouder van het kind zal zijn (dus via de intentie procreatieve verantwoordelijkheid dragen voor het bestaan van het kind). In beide gevallen is als aanknopingspunt gekozen het op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.