Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/90:90 Zekerheidseigendom lijkt op, maar verschilt principieel van stil pand
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/90
90 Zekerheidseigendom lijkt op, maar verschilt principieel van stil pand
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD14307:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 701, 707, 711 en 718; anders op p. 712.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens de parlementaire behandeling van Titel 9 van Boek 3 BW is meerdere malen betoogd dat zekerheidseigendom in wezen hetzelfde is als stil pandrecht en dat het derhalve niet van principiële betekenis zou zijn of de wetgever voor de ene dan wel voor de andere rechtsfiguur zou kiezen.1 Deze gedachte leidde, zij het impliciet, tot het idee dat het onwenselijk is dat pand en fiduciaire eigendom naast elkaar bestaan zodat de wetgever een keuze voor één van deze beide rechtsfiguren zou moeten maken.
De gedachte dat fiduciaire eigendom en pand niet principieel van elkaar verschillen is onjuist. Hoewel de eigendom tot zekerheid zodanig vorm kan worden gegeven, en onder het oude recht ook is gegeven, dat deze op stil pandrecht lijkt, blijven eigendom en pand verschillende figuren. Illustratief is het hiervóór besproken verschil dat een pandrecht als afhankelijk recht een verzekerde vordering bij de overgang ervan van rechtswege kan volgen en een fiduciair eigendomsrecht niet.
De wetgever heeft gekozen vóór stil pand en tegen fiduciaire eigendom. In het volgende hoofdstuk worden de overwegingen behandeld die tot deze keuze hebben geleid en wordt onderzocht of deze keuze heroverweging verdient.