Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/41:41 Samenhang binnen het vermogensrecht en met het beslagrecht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/41
41 Samenhang binnen het vermogensrecht en met het beslagrecht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 06-06-2025
- Datum
06-06-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD13971:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is van belang om zowel bij de interpretatie van de huidige regeling van het stil pandrecht als bij voorstellen tot wijziging van die regeling voor ogen te houden dat de regeling deel uitmaakt van een meeromvattend systeem, het systeem van het vermogensrecht, in het bijzonder het goederenrecht. De regeling van het stil pandrecht moet in dat systeem (blijven) passen. Van belang is ook dat het systeem niet fragmenteert, waardoor het systeem te complex zou worden en afgrenzingsproblemen zouden ontstaan die zouden kunnen leiden tot rechtsonzekerheid.
Voor de regeling van het stil pandrecht gaat het daarbij niet alleen om de samenhang tussen de specifiek voor (stil) pandrecht op vorderingen geldende bepalingen en de meer algemene vermogensrechtelijke bepalingen, maar ook om samenhang met de regeling van de cessie van vorderingen. Naar doel en gevolgen zijn er tussen cessie en verpanding van vorderingen enkele essentiële overeenkomsten. Zowel in geval van cessie van als in geval van de vestiging van een pandrecht op een vordering verkrijgt een ander dan de (oorspronkelijke) crediteur van de vordering een goederenrechtelijk recht op en een vermogensrechtelijk belang bij de vordering. Zowel cessie als verpanding van een vordering kan er toe leiden dat de vordering door een ander dan de (oorspronkelijke) crediteur wordt geïnd. De verschillen tussen de beide figuren mogen daarbij niet uit het oog worden verloren. Zo leidt cessie tot een overgang van een vordering van het vermogen van de cedent naar dat van de cessionaris. In geval van verpanding van een vordering blijft echter de pandgever rechthebbende van de vordering, ook indien van het pandrecht mededeling aan de debiteur van de verpande vordering is gedaan. In een aantal opzichten is dit verschil fundamenteel, zo zal hierna nog blijken.
Ook de samenhang van de regeling van het stil pandrecht met die van het beslagrecht verdient aandacht. Ook doel en gevolgen van verpanding van en van beslag op een vordering vertonen enkele essentiële overeenkomsten. Beide figuren kunnen tot gevolg hebben dat de vordering wordt geïnd door een ander dan de rechthebbende. Beide figuren strekken ertoe de schuldeiser van de eigenaar van de verpande of beslagen vordering in staat te stellen om verhaal op het geïnde te nemen. Evenals tussen verpanding en cessie bestaan ook tussen de een pandrecht en een beslag op een vordering verschillen die niet uit het oog mogen worden verloren. Een fundamenteel verschil tussen een pandrecht en een beslag op een vordering is dat een beslaglegger eerst bevoegd wordt om de beslagen vordering te innen (door tussenkomst van een deurwaarder), indien hij verhaal mag nemen op de opbrengst van de beslagen vordering, 1 terwijl een pandhouder inningsbevoegd kan zijn voordat hij bevoegd is om zijn door het pandrecht verzekerde vordering uit het geïnde te voldoen. 2 Dit verschil kan een reden zijn om een bevoegdheid die toekomt aan een inningsbevoegde beslaglegger niet te doen toekomen aan een enkel tot inning, maar nog niet tot het nemen van verhaal op het geïnde bevoegde pandhouder. 3