Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.7:II.6.7 Enige bijzonderheden bij de inkoop van diensten
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.7
II.6.7 Enige bijzonderheden bij de inkoop van diensten
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499083:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 oktober 2013, BNB 2014/6 (concl. A-G Van Hilten; m.nt. B.G. van Zadelhoff).
Zie nader Henkow 2008, p. 100 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het verlenen en aantrekken van krediet worden in de praktijk allerlei soorten diensten ingekocht. Een aantal vrijstellingen kan daarbij in beeld komen. Ten eerste is van belang dat de vrijstellingsbepaling van artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten eerste, Wet OB 1968 niet alleen het verlenen van krediet betreft, maar ook de bemiddeling inzake krediet. In paragraaf 4.9.3.1 is het begrip bemiddeling reeds aan bod gekomen. Op basis van artikel 135, lid 1, onderdeel b, Btw-richtlijn moet verder het beheer van kredieten door degene die ze heeft verleend, zijn vrijgesteld. Hoewel dit deel van de vrijstelling voor verlening van krediet niet in artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten eerste, Wet OB 1968 is overgenomen, is een beroep op rechtstreekse werking naar mijn mening mogelijk. Het beheer van kredieten door een derde is echter niet vrijgesteld.1 Ook de invordering van schuldvorderingen is belast, omdat het expliciet van de vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten tweede, Wet OB 1968 is uitgezonderd. Artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten derde, Wet OB 1968 bevat, ten slotte, een vrijstelling voor het aangaan van en het bemiddelen bij borgtochten en andere zekerheids- en garantieverbintenissen. Deze vrijstelling kan in beeld komen als, bijvoorbeeld, de moedermaatschappij van een kredietnemer zich borg of garant stelt en daarvoor een vergoeding in rekening brengt aan de kredietnemer.2