Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/82:82 De pandgever blijft beschikkingsbevoegd
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/82
82 De pandgever blijft beschikkingsbevoegd
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 08-07-2025
- Datum
08-07-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD15988:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Parl. Gesch. Boek 3, p. 178.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De pandgever van een vordering blijft na de vestiging van een pandrecht daarop rechthebbende van die vordering, zij het van een vordering waarop een pandrecht rust. De pandgever kan de vordering belast met het pandrecht aan een derde overdragen en met een beperkt recht, zoals een tweede pandrecht, ten behoeve van een derde bezwaren. De derde zal tegen zijn eventuele onbekendheid met het (eerste) pandrecht veelal niet beschermd worden. Art. 3:86 en 3:238 BW zijn niet van toepassing in geval van overdracht, respectievelijk verpanding van een vordering op naam. Art. 3:88 BW beschermt uitsluitend tegen beschikkingsonbevoegdheid die het gevolg is van een vroegere ongeldige overdracht. Een beroep van de derde op art. 3:36 BW tegenover de pandhouder kan hem uitsluitend baten indien hij is afgegaan op verklaringen en gedragingen van de pandhouder en niet als hij is afgegaan op verklaringen en gedragingen van de pandgever.
Opmerking verdient nog, dat art. 3:36 BW uitsluitend beschermt tegen verklaringen of gedragingen omtrent het ontstaan, bestaan of tenietgaan van een rechtsbetrekking en niet tegen het niet bestaan hebben van een rechtsbetrekking. Gelet op de strekking van deze bepaling, bescherming tegen door verklaringen of gedragen gewekte onjuiste veronderstellingen,1 is mijns inziens ook bescherming van een tweede pandhouder mogelijk tegen de door verklaringen of gedragingen van de eerste pandhouder bij hem gewekte veronderstelling dat nooit een eerste pandrecht is gevestigd.