Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/8:8 Jurisprudentie roept vragen op
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/8
8 Jurisprudentie roept vragen op
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 26-05-2025
- Datum
26-05-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD12876:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede aanleiding is dat er weliswaar vrij veel onder de huidige wetgeving gewezen arresten van de Hoge Raad over pandrecht op vorderingen op naam zijn, maar dat deze jurisprudentie voornamelijk het bepaaldheidsvereiste als onderwerp heeft. Op een aantal vragen is het antwoord niet in de jurisprudentie te vinden. Bovendien roept de jurisprudentie over het bepaaldheidsvereiste nog niet beantwoorde vragen op.1 Een voorbeeld is de vraag wanneer een toekomstige vordering vatbaar is voor de vestiging van een stil pandrecht, gelet op de regel dat op een toekomstige vordering uitsluitend een stil pandrecht kan worden gevestigd als deze rechtstreeks voortvloeit uit een bestaande rechtsverhouding.2 Deze vraag komt vaker en nadrukkelijker op nu duidelijk is dat het bepaaldheidsvereiste voor de vestiging van pandrechten op toekomstige vorderingen geen belemmering vormt.
Uit het grotendeels uitblijven van arresten van de Hoge Raad over andere problemen dan het bepaaldheidsvereiste mag niet worden afgeleid dat die problemen in de praktijk niet bestaan. Ondanks dat de praktijk graag de grenzen aftast, zijn er vragen waarover geen jurisprudentie ontstaat doordat de praktijk graag voor zekerheid kiest: liever dagelijks een pandlijst registreren dan er in een procedure achter komen dat het begrip ‘rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding’ beperkter dient te worden uitgelegd dan gedacht.