Op 1 maart 2016 is in werking getreden de Belastingregeling Nederland Sint Maarten. De bepalingen van de regeling vinden toepassing voor belastingjaren en tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2017. Met betrekking tot aan de bron geheven belastingen, vinden de bepalingen van de regeling toepassing voor betalingen die zijn gedaan op of na 1 januari 2017.
In de memorie van toelichting op het ontwerp van Rijkswet wordt op blz. 1 en 2 over de vorm en aanleiding kort samengevat het volgende opgemerkt. De Belastingregeling Nederland Sint Maarten is gegoten in de vorm van een Rijkswet maar heeft inhoudelijk zo veel mogelijk de vorm van een verdrag tussen beide landen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting. Hiermee is bereikt dat kon worden aangesloten bij het OESO-modelverdrag. Voordeel hiervan is dat gebruik kon worden gemaakt van bepalingen die ook in eerder opgenomen belastingverdragen zijn opgenomen, hetgeen de uitleg van de belastingregeling ten goede komt.
De Belastingregeling Nederland Sint Maarten vervangt voor deze onderlinge situatie de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK). De BRK is een multilaterale regeling die geldt voor onderlinge situaties tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De BRK was ,ondanks een aantal wijzigingen in de loop der jaren steeds verder af te komen liggen van de huidige internationale fiscale standaarden zoals opgenomen in de het OESO-modelverdrag. Ook sluit de BRK minder goed aan bij de omstandigheid dat er sinds de staatkundige hervormingen van 10 oktober 2010 vijf verschillende fiscale stelsels bestaan binnen het Koninkrijk. Curaçao en Sint Maarten hebben elk het belastingstelsel van de Nederlandse Antillen overgenomen en hebben dat sindsdien naar eigen inzicht hervormd. Aruba heeft zijn eigen fiscale stelsel. Tot slot kent het land Nederland twee fiscale stelsels: het stelsel van toepassing in het Europese deel van Nederland en dat van toepassing in het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hierna: de BES eilanden).
Tijdens de Koninkrijksconferentie over Fiscale Zaken in Aruba op 19 en 20 november 2009 is gesproken over de vervanging van de BRK. Alle partijen gaven er toen de voorkeur aan om de BRK te vervangen door bilaterale regelingen.
Wat vindt u in de Vakstudie?
Aant. 1.1.1 Onderlingen verhoudingen fussen Curacao, Sint Maarten en Aruba
“Daarnaast kunnen de andere landen van het Koninkrijk onderling bilaterale regelingen overeenkomen. De inhoud van die rijkswetten zal door middel van besprekingen tussen de verschillende landsoverheden tot stand moeten worden gebracht. Daar waar geen bilaterale regeling tot stand is gebracht, blijft de multilaterale BRK gelden. Als tussen alle landen binnen het Koninkrijk nieuwe bilaterale regelingen of eenzijdige regelingen ter vermijding van dubbele belasting gelden kan de BRK uiteindelijk vervallen. Op dit punt kan ook worden gewezen op de toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen5..
Bij het vormgeven van de onderhavige rijkswet is ervoor gekozen zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de door het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Nederland, gesloten belastingverdragen. Hiermee wordt bereikt dat bij veel bepalingen kan worden aangesloten bij de bepalingen van het OESO-modelverdrag en dat voor verwezenlijking van nationaal fiscaal verdragsbeleid in grote mate gebruik kan worden gemaakt van bepalingen die ook in eerder gesloten belastingverdragen zijn opgenomen, wat de uitleg van de bepalingen en hierin besloten begrippen ten goede komt.
In de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 20116. (verder: NFV 2011) is het Nederlandse fiscale verdragsbeleid uiteengezet. Hier staat ook in dat de Nederlandse belastingverdragen in beginsel worden gebaseerd op het OESO-modelverdrag. Voor de onderhavige rijkswet is dit modelverdrag het vertrekpunt geweest, maar op onderdelen is evenwel van dat model afgeweken om beter aan te sluiten bij de fiscale stelsels en het fiscale beleid van Nederland en Sint Maarten en om recht te doen aan de koninkrijksrelatie tussen beide landen. De aansluiting bij het OESO-modelverdrag brengt met zich dat de toelichting bij dit model- verdrag (verder: het OESO-commentaar) van belang is voor de uitleg van de in de onderhavige rijkswet opgenomen bepalingen. Bij de artikelsgewijze toelichting in onderdeel II zal daarom steeds worden aangegeven in hoeverre de bepalingen overeenstemmen met de bepalingen van het OESO-modelverdrag en zullen afwijkingen worden toegelicht. “
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, aanhef Belastingregeling Nederland Sint Maarten, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 15-05-2026
15-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/65 en V-N 2026/19.22.
01-03-2016 tot: -
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, aanhef Belastingregeling Nederland Sint Maarten, aant. 1.1
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Sint Maarten
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Internationaal
Sint Maarten
Belastingregeling Nederland Sint Maarten aanhef regeling
Beschouwing
Op 1 maart 2016 is in werking getreden de Belastingregeling Nederland Sint Maarten. De bepalingen van de regeling vinden toepassing voor belastingjaren en tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2017. Met betrekking tot aan de bron geheven belastingen, vinden de bepalingen van de regeling toepassing voor betalingen die zijn gedaan op of na 1 januari 2017.
In de memorie van toelichting op het ontwerp van Rijkswet wordt op blz. 1 en 2 over de vorm en aanleiding kort samengevat het volgende opgemerkt. De Belastingregeling Nederland Sint Maarten is gegoten in de vorm van een Rijkswet maar heeft inhoudelijk zo veel mogelijk de vorm van een verdrag tussen beide landen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting. Hiermee is bereikt dat kon worden aangesloten bij het OESO-modelverdrag. Voordeel hiervan is dat gebruik kon worden gemaakt van bepalingen die ook in eerder opgenomen belastingverdragen zijn opgenomen, hetgeen de uitleg van de belastingregeling ten goede komt.
De Belastingregeling Nederland Sint Maarten vervangt voor deze onderlinge situatie de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK). De BRK is een multilaterale regeling die geldt voor onderlinge situaties tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De BRK was ,ondanks een aantal wijzigingen in de loop der jaren steeds verder af te komen liggen van de huidige internationale fiscale standaarden zoals opgenomen in de het OESO-modelverdrag. Ook sluit de BRK minder goed aan bij de omstandigheid dat er sinds de staatkundige hervormingen van 10 oktober 2010 vijf verschillende fiscale stelsels bestaan binnen het Koninkrijk. Curaçao en Sint Maarten hebben elk het belastingstelsel van de Nederlandse Antillen overgenomen en hebben dat sindsdien naar eigen inzicht hervormd. Aruba heeft zijn eigen fiscale stelsel. Tot slot kent het land Nederland twee fiscale stelsels: het stelsel van toepassing in het Europese deel van Nederland en dat van toepassing in het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hierna: de BES eilanden).
Tijdens de Koninkrijksconferentie over Fiscale Zaken in Aruba op 19 en 20 november 2009 is gesproken over de vervanging van de BRK. Alle partijen gaven er toen de voorkeur aan om de BRK te vervangen door bilaterale regelingen.
Wat vindt u in de Vakstudie?
Aant. 1.1.1 Onderlingen verhoudingen fussen Curacao, Sint Maarten en Aruba
Aant. 1.2 Ontstaan van de bepaling
Aant. 1.2.1 Historisch overzicht
Aant. 1.2.2 Chronologisch overzicht
Aant. 1.3 Literatuur
Aant. 1.4 Doel en strekking
Aant. 1.5 Belastingregeling Nederland Sint Maarten versus Belastingregeling voor het Koninkrijk
Aant. 1.5.1 Uitwisseling van inlichtingen
Aant. 1.5.2 Behandeling van deelnemingsdividenden
Aant. 1.5.3 Het voorkomen van oneigenlijk gebruik van de regeling
Aant. 1.5.4 De verdeling van de heffingsrechten over pensioenen
Aant. 1.5.7 Overzicht van diverse onderwerpen
Aant. 1.6 Context van de bepaling
Aant. 1.7 Interpretatie van de Belastingregeling
Aant. 1.8 Verdrag van Wenen
Aant. 1.9 Toepassingsgebied van de Belastingregeling: Koninkrijkspositie
Aant. 1.10 Belastingstelsel Sint Maarten
Aant. 1.11 Geen directe gevolgen van de inwerkingtreding van het MLI
Aant. 1.12 Relatie tot de Wet bronbelasting 2021
Aant. 1.17 Begripsomschrijvingen
“Daarnaast kunnen de andere landen van het Koninkrijk onderling bilaterale regelingen overeenkomen. De inhoud van die rijkswetten zal door middel van besprekingen tussen de verschillende landsoverheden tot stand moeten worden gebracht. Daar waar geen bilaterale regeling tot stand is gebracht, blijft de multilaterale BRK gelden. Als tussen alle landen binnen het Koninkrijk nieuwe bilaterale regelingen of eenzijdige regelingen ter vermijding van dubbele belasting gelden kan de BRK uiteindelijk vervallen. Op dit punt kan ook worden gewezen op de toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen5..
Bij het vormgeven van de onderhavige rijkswet is ervoor gekozen zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de door het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Nederland, gesloten belastingverdragen. Hiermee wordt bereikt dat bij veel bepalingen kan worden aangesloten bij de bepalingen van het OESO-modelverdrag en dat voor verwezenlijking van nationaal fiscaal verdragsbeleid in grote mate gebruik kan worden gemaakt van bepalingen die ook in eerder gesloten belastingverdragen zijn opgenomen, wat de uitleg van de bepalingen en hierin besloten begrippen ten goede komt.
In de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 20116. (verder: NFV 2011) is het Nederlandse fiscale verdragsbeleid uiteengezet. Hier staat ook in dat de Nederlandse belastingverdragen in beginsel worden gebaseerd op het OESO-modelverdrag. Voor de onderhavige rijkswet is dit modelverdrag het vertrekpunt geweest, maar op onderdelen is evenwel van dat model afgeweken om beter aan te sluiten bij de fiscale stelsels en het fiscale beleid van Nederland en Sint Maarten en om recht te doen aan de koninkrijksrelatie tussen beide landen. De aansluiting bij het OESO-modelverdrag brengt met zich dat de toelichting bij dit model- verdrag (verder: het OESO-commentaar) van belang is voor de uitleg van de in de onderhavige rijkswet opgenomen bepalingen. Bij de artikelsgewijze toelichting in onderdeel II zal daarom steeds worden aangegeven in hoeverre de bepalingen overeenstemmen met de bepalingen van het OESO-modelverdrag en zullen afwijkingen worden toegelicht. “
Kamerstukken II 2014-15, 34263 (R2055), nr.3, p. 2.
Aant. 1.1.1 Onderlinge verhoudingen tussen Curaçao, Sint Maarten en Aruba
Voetnoten
5.
Kamerstukken II 2009/10, 32 186 (R 1901), nr. 3.
6.
Kamerstukken II 2010/11, 25 087, bijlage bij nr. 7.