Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.5.2.6:II.4.5.2.6 Inpassing in het schillenmodel – verhouding inmengaandeelhouderschap en verlengstukaandeelhouderschap
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.5.2.6
II.4.5.2.6 Inpassing in het schillenmodel – verhouding inmengaandeelhouderschap en verlengstukaandeelhouderschap
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500342:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de zaak Wellcome Trust lijkt het Hof van Justitie een opening te bieden door te vermelden dat handelen in de hoedanigheid van ondernemer zich met name in de genoemde gevallen voordoet: HvJ 20 juni 1996, zaak C-155/94, V-N 1997, p. 1034, r.o. 35 (Wellcome Trust).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is helder waar het verkrijgen en houden van aandelen door effectenhandelaren en verlengstukaandeelhouders in het in paragraaf 3.5 ontwikkelde schillenmodel past: in de belastbare activiteit respectievelijk het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk daarvan. Bij de inmengaandeelhouder ligt het genuanceerder. Een mogelijke visie is dat het verkrijgen en houden van aandelen voor hem in beginsel ‘slechts’ een verlengstuk is van zijn belastbare activiteit. Een andere gedachte is dat het verkrijgen en houden van aandelen door een inmengaandeelhouder in beginsel tot diens belastbare activiteit behoort. Beide is vanwege het ontbreken van een heldere afbakening van het verlengstukcriterium verdedigbaar (vgl. par. 3.4 en 3.5). Onwaarschijnlijk is echter dat het aandeelhouderschap tot de overige werkzaamheden van een inmengaandeelhouder behoort. Het aandeelhouderschap is immers door de samenhang met het inmengen in het beheer en de prestaties onder bezwarende titel medebepalend voor het wezen van de economische activiteit.
Mijn voorkeur gaat uit naar de visie dat het verkrijgen en houden van aandelen in beginsel tot de belastbare activiteit van de inmengaandeelhouder behoort. Het verkrijgen en houden van aandelen door een inmengaandeelhouder is namelijk nog nauwer verbonden met de prestaties onder bezwarende titel dan de beleggingswerkzaamheden met het vastgoedbeheer in de zaak Régie Dauphinoise. Het verkrijgen en houden van aandelen en de prestaties onder bezwarende titel zijn één geheel. Daarnaast zou het inmengaandeelhouderschap anders tot een specialis van het verlengstukaandeelhouderschap verworden. Dat is onlogisch, omdat het zou betekenen dat het afzonderlijk noemen van inmengaandeelhouderschap overbodig is.
Een uitzondering op het voorgaande is denkbaar als inmengaandeelhouderschap onderdeel is van een meeromvattende economische activiteit. In die situatie is mogelijk dat het inmengaandeelhouderschap als geheel een verlengstuk is van een belastbare activiteit van andere aard. Dit kan aan de hand van het volgende voorbeeld worden geïllustreerd:
Figuur 6 – Inmengaandeelhouderschap als rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk
In deze figuur is Nederland BV een onderneming die investeringsadvies geeft. Zij heeft een 100%-deelneming in dochteronderneming België BVBA verworven om zich te verzekeren van adequate adviezen die mede op investeringen in België betrekking hebben. België BVBA treedt tegen vergoeding op als (sub-) adviseur van Nederland BV. Andersom bemoeit Nederland BV zich als enig aandeelhouder actief met het beheer van België BVBA. Nederland BV dwingt, onder meer, af dat België BVBA gebruikmaakt van hetzelfde administratieve systeem als zijzelf en dat zij daarvoor betaalt. Het is verdedigbaar dat in deze situatie het inmengaandeelhouderschap en de daarmee gepaard gaande prestaties niet tot de belastbare activiteit van Nederland BV behoren. De belastbare activiteit is namelijk de investeringsadvisering. Het inmengaandeelhouderschap is daarvan geen onderdeel. Vanwege de samenhang met de investeringsadvisering vormt het ook geen afzonderlijke economische activiteit. Dit betekent dat het inmengaandeelhouderschap een verlengstuk van de investeringsadviseringsactiviteit moet zijn, en waarschijnlijk zelfs een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk.
Ingetekend in het schillenmodel, leidt het hiervoor besprokene tot het volgende beeld:
Figuur 7 – Indeling verkrijgen en houden van aandelen in een economische activiteit
Het valt op dat geen van de behandelde situaties waarin het verkrijgen en houden van aandelen een economisch karakter heeft, in de categorie overige werkzaamheden valt. De vraag is daarom of het verkrijgen en houden van aandelen simpelweg nooit een overige werkzaamheid is, of dat er nog andere situaties zijn waarin het verkrijgen en houden van aandelen een economisch karakter heeft. Hoewel in de jurisprudentie een limitatieve opsomming van situaties van economisch aandeelhouderschap kan worden gelezen, bestaat naar mijn mening aanleiding te veronderstellen dat er meer gevallen zijn.1