Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/434:434 Verplichte deelname door de pandgever?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/434
434 Verplichte deelname door de pandgever?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 04-03-2026
- Datum
04-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD48671:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Men kan zich afvragen of het niet de voorkeur verdient dat de pandgever in het geding tussen de pandhouder en de debiteur moet worden opgeroepen, zoals het geval is als de pandhouder een rechtsvordering tegen een derde instelt ter bescherming van het verpande goed ex art. 3:245 BW. Voeging is geen verplichting, maar een mogelijkheid tot vrijwillige deelname aan een procedure. Een oproeping leidt tot een gedwongen deelname aan de procedure.1 Bij de vordering ex art. 3:245 BW is er een goede reden tot gedwongen deelname aan de procedure door de pandgever casu quo de pandhouder. Die reden is dat zonder deelname aan de procedure de pandgever (casu quo de pandhouder als de pandgever een vordering tegen een derde instelt) niet aan de in de procedure gegeven beslissing gebonden zou zijn.2
Nu de pandgever aan een beslissing van de rechter in een procedure tussen de inningsbevoegde pandhouder en de debiteur van de verpande vordering wel gebonden is, is binding van de pandgever aan de beslissingen in een dergelijke procedure geen reden tot verplichte deelname daaraan door de pandgever. Een goede andere reden om de pandgever te verplichten tot deelname aan een dergelijke procedure is er mijns inziens niet.
Er is geen reden om de pandgever die een procedure over de verpande vordering geheel aan de pandhouder wil overlaten daartoe niet vrij te laten. De schuldenaar zal wel een goede reden kunnen hebben om de pandgever op te roepen in een procedure tussen hem en de pandhouder; zie paragraaf 13.3 hiervóór.