Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.7:6.7 Conclusie
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.7
6.7 Conclusie
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419402:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. V. Nabokov, Pale Fire, London: Penguin 2011, blz. 108.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik blijf achter met de scherven van een gebroken notendop.1 Immers, met enige ironie zou de conclusie kunnen luiden dat ik het onderwerp van aandelentransacties toch even kort had kunnen afdoen als Verstraaten. De verkoop van aandelen is een onbelastbare of een vrijgestelde prestatie die voor een belastingplichtige houdster desalniettemin hoe dan ook leidt (of zou moeten leiden) tot (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting voor de met het oog op die overdracht gemaakte kosten, terwijl de Btw-richtlijn voorschrijft dat althans voor vrijgestelde verkopen geen aftrek zou dienen te bestaan. Van toepassing van de geruisloze overgang lijkt slechts sprake indien de deelneming die wordt overgedragen, één van de onlichamelijke zaken is die in het kader van een meeromvattende activa-passiva-transactie wordt overgedragen.
Daarbij dient te worden aangetekend dat ik mij kan voorstellen dat nieuwe prejudiciële vragen gaan volgen over de reikwijdte van de geruisloze overgang bij aandelentransacties. Ik kan mij vragen voorstellen in een situatie waar een deelneming vanuit een fiscale eenheid wordt verkocht aan een andere fiscale eenheid waarvan de deelneming onderdeel zal worden. Op dit moment lijkt het toepassingsbereik beperkt tot situaties waarbij een deelneming onderdeel uitmaakt van een activa-passiva-transactie op het niveau van de houdstervennootschap. X bv vormt daarmee een voorlopig sluitstuk van de jurisprudentie van het Hof van Justitie met betrekking tot aandelentransacties. De beslissing leunt op drie stapels van rechtspraak. Zowel de stapel van de belastingplicht van houdsters, de stapel van de aftrek van voorbelasting bij gemengde prestaties en de stapel met betrekking tot de mogelijke toepassing van de geruisloze overgang is gammel te noemen.
De aftrek van voorbelasting is vermoedelijk de aanleiding geweest voor het Hof van Justitie om in het arrest AB SKF te flirten met de mogelijkheid om de geruisloze overgang toe te passen op een aandelenoverdracht. Daardoor had immers het Midland Bank-principe op eenduidiger wijze toepassing kunnen vinden. De indruk die nu overblijft, dat eventueel sprake kan zijn van aftrek voor kosten die zijn gemaakt voor een btw-vrijgestelde prestatie leidt naar mijn idee tot rechtsonzekerheid en is in het kader van de neutraliteit van de btw onwenselijk.
Ik heb een voorstel gedaan om via een wijziging van de Btw-richtlijn, de behandeling van aandelen in de btw aanzienlijk te versimpelen. Uitsluitend de bedrijfsmatige handel in effecten zou binnen de reikwijdte van de btw moeten plaatsvinden. Voor het overige dient de verkoop van een deelneming buiten de reikwijdte van de btw te vallen en zal voor de btw die drukt op de hiervoor gemaakte kosten via de bestaande Midland Bank-toets moeten worden bepaald in hoeverre deze kosten zijn gemaakt in de context van een economische activiteit.