De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.3.5:2.3.5 Onderscheid tussen gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.3.5
2.3.5 Onderscheid tussen gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS377951:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 1163 (MvA I Inv).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
24. In de wet wordt op een aantal plaatsen onderscheid gemaakt tussen gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen. Art. 3:32 en art. 3:34 BW bepalen bijvoorbeeld dat gerichte eenzijdige rechtshandelingen die worden verricht door een handelingsonbekwame of geestelijk gestoorde vernietigbaar zijn, terwijl ongerichte eenzijdige rechtshandelingen in dat geval nietig zijn. In de parlementaire geschiedenis worden als voorbeelden genoemd van een ongerichte eenzijdige rechtshandeling de uiterste wilsbeschikking; de verwerping, aanvaarding of beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap; de afstand van een huwelijksgemeenschap; en de occupatie of derelictie van roerende zaken.1 Kenmerkend voor deze rechtshandelingen is, dat zij niet tot stand komen door een verklaring die gericht is tot één of meer rechtstreeks of impliciet aangeduide personen, maar door een ‘verklaring van algemene aard’. Deze verklaring is hoogstens gericht tot een bepaalde ambtenaar, zoals de verklaring ter griffie die vereist is voor aanvaarding of verwerping van een nalatenschap.