Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/258:258 Conclusie
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/258
258 Conclusie
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 19-11-2025
- Datum
19-11-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD34454:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In dezelfde zin Vermunt 2006, p. 176-177 en Faber in zijn noot onder JOR 2002/35-38. Zij zien het recht van de pandhouder op informatie over de verpande vordering, in ieder geval voor wat betreft de voor de mededeling noodzakelijke informatie, als een sequeel van art. 3:239 lid 3 BW en daarmede als een tot de inhoud van het stil pandrecht behorend recht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik concludeer dat de tot mededeling van een stil pandrecht bevoegde pandhouder en de openbaar pandhouder een jegens de pandgever geldend te maken recht hebben op voor de mededeling en/of de inning relevante informatie, alsmede dat dit recht deel uitmaakt, tot de inhoud behoort, van het pandrecht op een vordering op naam.1 Naar geldend recht mag niet worden aangenomen dat een stil pandhouder reeds vóór hij tot mededeling van zijn pandrecht bevoegd is jegens de pandgever recht heeft op informatie over de verpande vordering, tenzij de pandgever en de pandhouder zulks zijn overeengekomen.