Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/247
247 Afdracht van het onbevoegdelijk geïnde
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 17-11-2025
- Datum
17-11-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD34351:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
In dezelfde zin Van Galen 2001, p. 33, Verdaas in zijn noot onder Rb. Leeuwarden 18 augustus 2004, JOR 2004/313 (ING/Verdonk q.q.) en Rb. Almelo 3 augustus 2005, JOR 2006/21 m.nt. A. Steneker onder JOR 2006/22 (Rabobank/Haafkes q.q.). Vgl. ook Molkenboer en Verdaas 2002, p. 211.
Zie HR 5 september 1997, JOR 1997/102 m.nt. E.W.J.H. de Liagre Böhl en m.nt. N.E.D. Faber, NJ 1998, 437 (Ontvanger/Hamm q.q.) en HR 8 juni 2007, LJN AZ4569(Van der Werff q.q./BLG). Zie naar aanleiding van laatstgenoemd arrest Vriesendorp 2007.
Hof Amsterdam 28 mei 1998, JOR 1999/13, NJ 2000, 741 (Stigter/Tanger q.q.).
HR 7 juni 2002, JOR 2002/147 m.nt. G.A.J. Boekraad, NJ 2002, 608 m.nt. JBMV.
Is een verpande vordering onbevoegdelijk geïnd door een curator dan is hij naar mijn mening gehouden het geïnde te behandelen als een ‘superboedelschuld’, een boedelschuld met een hoge voorrang die onmiddellijk, met voorbijgaan aan de rechten van de andere boedelcrediteuren en zonder de afwikkeling van de boedel af te wachten, aan de pandhouder moet worden voldaan. De curator krijgt door de inning van de verpande vordering een bedrag in handen dat niet in de boedel thuishoort en door toevoeging van dat bedrag aan de boedel zouden de (boedel)crediteuren ongerechtvaardigd worden verrijkt.1
Deze stap is minder groot dan zij op het eerste gezicht wellicht lijkt. Door de Hoge Raad zijn dergelijke ‘superpreferente boedelvorderingen’ aanvaard in geval van een onverschuldigde betaling aan de boedel.2 Het Gerechtshof Amsterdam heeft zo een vordering aanvaard in geval van verkoop van verpande roerende zaken door een curator die daartoe geen toestemming van de pandhouder had en zonder dat een door de curator ex art. 58 lid 1 Fw gestelde redelijke termijn was verstreken.3 In het arrest Komdeur q.q./Nationale Nederlanden heeft de Hoge Raad de mogelijkheid open gelaten dat in op één lijn met onverschuldigde betalingen aan de boedel te stellen gevallen een aan de curator betaald bedrag door hem niet aan de boedel mag worden toegevoegd en niet als een concurrente boedelvordering mag worden behandeld, maar onmiddellijk en met voorbijgaan aan de aanspraken van andere boedelcrediteuren aan de rechthebbende moet worden betaald.4