Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.9.2.1:II.4.9.2.1 Kapitaalverschaffer/kapitaalontvanger is ondernemer
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.9.2.1
II.4.9.2.1 Kapitaalverschaffer/kapitaalontvanger is ondernemer
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497849:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook artikel 17 e.v. Uitvoeringsverordening Btw-richtlijn. Uit artikel 19 Uitvoeringsverordening Btw-richtlijn volgt dat de betreffende regel niet opgaat als diensten voor privégebruik worden afgenomen.
Zie nader over vestigingsplaats en vaste inrichtingen: artikel 10, 11 en 20 e.v. Uitvoeringsverordening Btw-richtlijn. In detail: M.M.W.D. Merkx, De woon- en vestigingsplaats in de BTW (diss. Tilburg), Deventer: Kluwer 2011.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de regels betreffende de plaats van dienst van ingekochte diensten maakt het verschil of een aandeelhouder ondernemer is of niet. Op grond van artikel 7, lid 7, Wet OB 1968 wordt een rechtspersoon met een btw-identificatienummer voor de toepassing van deze regels als ondernemer aangemerkt en wordt een ondernemer die ook werkzaamheden buiten het kader van zijn economische activiteit verricht, geacht alle aan hem verleende diensten als ondernemer af te nemen.1
Voor diensten verleend aan een ondernemer is de hoofdregel te vinden in artikel 6, lid 1, Wet OB 1968 (artikel 44 Btw-richtlijn): de plaats van dienst is daar waar de afnemer is gevestigd of waar de vaste inrichting is gelegen waarvoor de diensten worden verricht.2 Dit betekent dat in beginsel Nederlandse omzetbelasting is verschuldigd als een kapitaalverschaffer of kapitaalontvanger voor een Nederlandse vestiging diensten inkoopt. Het uitgangspunt is verder dat de dienstverlener is gehouden de verschuldigde omzetbelasting in rekening te brengen aan de afnemer en te voldoen aan de fiscus. Een belangrijke uitzondering vormt de zogeheten verleggingsregeling, die vooral bij grensoverschrijdende dienstverlening toepassing vindt. Op grond van artikel 12, lid 2,Wet OB 1968 (artikel 196 Btw-richtlijn) is de verschuldigdheid van de belasting verlegd naar de afnemer als de dienst wordt verleend door een in het buitenland gevestigde dienstverlener zonder betrokkenheid van een vaste inrichting in Nederland. Dit betekent dat bij de ontvangst van diensten van – kort gezegd – buitenlandse dienstverleners op de afnemer de verantwoordelijkheid rust te bepalen of en hoeveel omzetbelasting is verschuldigd en die te voldoen aan de fiscus. De dienstverlener mag als de verleggingsregeling geldt geen omzetbelasting in rekening brengen. Doet hij dat toch, dan bestaat in zoverre geen recht op aftrek van voorbelasting bij de afnemer.