Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/3:3
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/3
3
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS995353:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een schuldeiser die van het materiële recht een bijzonder verhaalsrecht krijgt, schiet hier echter weinig mee op wanneer hij dit niet geldend kan maken als het erop aankomt. Om het verhaalsrecht van de retentor uit het BW effectief te laten zijn, zijn adequate voorzieningen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet noodzakelijk. Met betrekking tot het verhaalsrecht van de retentor ligt juist hier, op het grensvlak van het materiële recht, het beslag- en executierecht en het faillissementsrecht een grijs gebied. Er vloeien tal van vragen voort uit een confrontatie tussen het materële recht enerzijds en het proces- en faillissementsrecht anderzijds. Ik geef een aantal voorbeelden. Uit het BW volgt dat de retentor zich mag verhalen op goederen van derden. Maar hij heeft niet het recht van parate executie en moet beslag leggen en een executoriale titel halen om zich op het goed van een derde (of met voorrang) te kunnen verhalen. Kan de retentor uit het voorbeeld zich nog verhalen op de auto van de verhuurder, terwijl de huurder failliet is en in diens faillissement geen verificatievergadering plaatsvindt? Als een pandhouder de teruggehouden auto uitwint en de retentor legt cumulatief beslag maar hij wordt niet geheel voldaan uit de executie-opbrengst, blijft zijn retentierecht dan behouden? En als niet de huurder, maar de eigenaar/verhuurder failleert, kan dan diens curator de zaak opeisen met behulp van (analoge toepassing van) art. 60 lid 2 Fw en kan de retentor zijn vordering indienen ter verificatie in het faillissement van de derde-eigenaar?