Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.11.1
III.11.1 Inleiding
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374105:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 30-38. Er kan verwarring bestaan over de vraag of een bepaalde verstrekking al dan niet valt aan te merken als subsidie. Zie hierover meer uitgebreid: Den Ouden en Tjepkema 2006, Ten Kate en Van den Ende 2006 en Bok 2007, p. 64 e.v.
Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 21.
Hetgeen niet wegneemt dat ook een subsidieverlening verdragsrechtelijk wordt aangemerkt als eigendom in de zin van art. 1 EP, omdat deze een legitieme verwachting wekt dat de subsidie ook daadwerkelijk wordt verkregen. Vgl. EHRM 18 mei 2010, AB 2010/189 m.nt. Barkhuysen en Den Ouden (Plalam t. Italië).
Art. 4:46 lid 1 Awb.
Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 21. Luidt het antwoord negatief, dan kan desubsidie lager worden vastgesteld (art. 4:46 lid 2 Awb). In paragraaf 11.2.1 wordt hieropuitgebreid ingegaan.
Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 76-77.
In dit hoofdstuk vindt een beschrijving en analyse plaats van de intrekkingsregeling ten aanzien van subsidiebesluiten zoals deze is neergelegd in de subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht (titel 4.2 Awb). De subsidietitel is slechts van toepassing indien sprake is van een subsidie in de zin van art. 4:21 Awb. Op grond van deze bepaling wordt onder subsidie verstaan:
‘de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten’.
Belangrijk is dat een subsidie wordt verstrekt voor bepaald doel, te weten het verrichten van bepaalde activiteiten. Schadevergoeding valt om die reden buiten het bereik van de subsidietitel, evenals financiële verstrekkingen die dienen als inkomensvoorziening.1
Van belang is dat in de subsidietitel diverse beschikkingen worden onderscheiden. Als hoofdregel geldt dat eerst een beschikking tot subsidieverlening wordt genomen (art. 4:29 Awb).2 Door deze verlening verkrijgt de subsidieontvanger een aanspraak op financiële middelen, mits hij de gesubsidieerde activiteiten ook daadwerkelijk verricht en zich daarbij houdt aan eventueel opgelegde verplichtingen.3 De subsidieverlening geeft dus een voorwaardelijke aanspraak op subsidie.4 Met de subsidievaststelling wordt definitief beslist over het subsidiebedrag. Daarbij is de subsidieverlening in beginsel bepalend.5 In het kader van deze vaststelling wordt nagegaan of de ge subsidieerde activiteiten zijn verricht en of daarbij is gehandeld conform de opgelegde verplichtingen.6
De intrekkingsregeling ten aanzien van subsidiebeschikkingen is neergelegd in afdeling 4.2.6 Awb. Deze afdeling bevat een viertal bepalingen. In de eerste plaats wordt onderscheid gemaakt tussen intrekking van het besluit tot subsidieverlening en intrekking van het besluit tot subsidievaststelling. Beide beschikkingen zijn intrekbaar, zij het dat intrekking van de subsidievaststelling beperkter mogelijk is dan intrekking van de subsidieverlening. De subsidievaststelling geeft immers een definitieve aanspraak op subsidie, waarmee de rechtsverhouding tussen het subsidieverstrekkende bestuursorgaan en de ontvanger van die subsidie wordt afgesloten. Ten tweede maakt afdeling 4.2.6 Awb onderscheid tussen de intrekking ex tunc (artt. 4:48 en 4:49 Awb) en de intrekking ex nunc (art. 4:50 Awb). Tot slot schept art. 4:51 Awb de bevoegdheid om een meerjarige subsidie voor een volgend tijdvak te weigeren. Ofschoon juridisch gezien geen sprake is van intrekking, maar van een weigering, past deze bepaling wel degelijk bij de overige bepalingen van afdeling 4.2.6 Awb. De weigering van een langlopende subsidie zal immers door de subsidieontvanger veelal worden ervaren als een intrekking. Daarnaast komt de normerende werking van het vertrouwensbeginsel in deze bepaling tot uitdrukking. Naast deze vier bepalingen wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de mogelijkheid tot het lager vaststellen van een subsidie op grond van art. 4:46 Awb. Ook dit betreft juridisch gezien weliswaar geen intrekking, zij het dat de lagere vaststelling van een subsidie veelal geschiedt in plaats van intrekking van de beschikking tot subsidieverlening.7 Tot slot wordt aandacht besteed aan de bevoegdheid tot terugvordering van subsidies ex art. 4:57 Awb. Terugvordering is immers een instrument waarmee een intrekking of wijziging ook daadwerkelijk geëffectueerd kan worden. Bij bespreking van voornoemde artikelen, wordt de wettelijke volgorde aangehouden. Na dit meer beschrijvende gedeelte volgt een analyse van de intrekkingsregeling in het licht van het theoretisch kader.